Jaarboek 1967 - pagina 162
gedachtenwereld is al even zeer die van Mallarmé als hun taal (dit ondanks de onmiskenbare verschillen tussen Valéry en Mallarmé). Of men brengt, zoals Eliot, antieke Griekse sentimenten in een modern milieu. Soms werkt de traditie inderdaad bindend; bij Anouilh bijvoorbeeld, en van Eliot's Sweeney Agonistes is de titel een toespeling op Milton (en dus op het Griekse toneel), terwijl het citaat uit de Agamemnon de band heel duideUjk maakt. Maar een titel als van St. John-Perse's Anabase dient toch eigenlijk alleen voor een „litterair" effect (dit is Alexandrijns in de ongunstige zin van het woord). En ook bij Ezra Pound, met alle respect zij het gezegd, vraagt men zich soms af, of al dat klassieke niet een soort lappendeken wordt (ik denk nu niet aan de beruchte ,,fouten"; die moet men hem vergeven). Maar dan stoot men op dat soms gehoonde gedicht Papyrus, vijf woorden, de titel meegeteld, een meesterlijke evocatie, en geeft zich ineens gewonnen. Ook wanneer er continuïteit van motieven bestaat, büjft echter een andere breuk, in de taal namelijk; en die is nog veel belangrijker. Het poëtisch idioom is door Baudelaire en Rimbaud zo ingrijpend gewijzigd, dat een relatie als tussen de Alexandrijnse dichters en het Homerische epos voor de moderne dichter niet meer mogeHjk is. Contemporaine Nederlandse dichters als Noordstar en Pareau zijn Alexandrijns in hun variëren van het idioom der vorige eeuw - ze zijn een zeldzaamheid. Ze zijn ook hierin Alexandrijns, dat hun poëzie op dit punt een spel is (precies, zoals men soms bij Pound het manipuleren met antiek goed als spel moet waarderen). En hier treedt het belangrijkste verschil tussen de modernen en de Alexandrijnen aan de dag: de hoofdstroming van de moderne poëzie is niet speels (al bemint ze soms de variatievorm). Ze kan het krachtens haar wezen niet zijn. Men brenge hier niet de gerijmde briefadressen van Mallarmé tegen in. Zoiets hebben de Alexandrijnen ook wel eens gemaakt. Bij hen was het een normaal deel van het oeuvre; aan de uiterste rand er van, maar toch er toe behorend. Bij Mallarmé een veiligheidsklep voor de spanning van zijn creatie. Mallarmé heeft in 1893 gezegd, dat de poëzie met Homerus op een dwaalweg geraakt was. Hij wilde terug naar voor die deviatie, naar Orpheus en de magie. Poëzie in de ware zin van het woord is magische incantatie. Zoals Mallarmé dat be160
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Jaarboeken | 172 Pagina's