Jaarboek 1967 - pagina 160
critus, dat we nog bezitten); het is een interessante etappe o p de weg naar het chanson van de ie eeuw na Chr., waarover H. Wagenaar-Nolthenius zo'n boeiend essay geschreven heeft'). Zelfs grote geleerden zijn bezweken voor de verleiding van romantische interpretatie ^). Van Callimachus' miniatuur ,,modelepos" Hecale bezat men alleen losse fragmenten, geciteerd door andere schrijvers (de Groningse classicus Hecker heeft zich voor de verklaring daarvan omstreeks 1840 zeer verdienstelijk gemaakt). In 1893 is een houten tablet voor de dag gekomen, waarop meer stond; bij lange na niet het complete gedicht, maar ten minste enkele samenhangende fragmenten van bij elkaar 60 regels. Op een bepaald punt is het duidelijk, dat een oude kraai aan het eind is van een lang mythologisch verhaal, dat hij aan een andere vogel verteld heeft. De twee vallen in slaap, maar niet voor lang, gaat het fragment verder, want ,,spoedig kwam de met rijp bedekte buurman: komt, de handen van de dieven zijn niet meer op buit uit; de lampen van de morgen schijnen al; een waterdrager zingt ergens al zijn putlied en de as, die piept onder de wagen, wekt reeds de man, die naast de grote weg woont". Wilamowitz, zelfs Wilamowitz, die toch juist voor de verklaring van het Hellenisme heel grote verdiensten heeft, is hier mis gegaan: hij concludeerde, dat de met rijp bedekte buurman ook een vogel moest zijn, die in de koude morgen de slapende vogels wekt. Niet het gezang van vogels wekt de mensen, maar de geluiden van menseUjke activiteit wekken de vogels. Het is heel frappant, maar is het ook Grieks ? Het doet eer denken aan Ludwig Tieck. Rudolf Pfeiffer, de grote editor van Callimachus, heeft nooit van deze romantische interpretatie willen weten. Hij heeft de tablet nog eens goed bekeken. Welnu, er staat niet „ k o m t " (it'), maar ,,toen", ,,op de tijd, dat" (hot'), en niet ,,buurman" (anchouros), maar „dageraad" (anchouros). Het geheel is niet zo romantisch, maar echter Alexandrijns en eigenUjk veel aardiger. Callimachus heeft gewerkt met toespelingen op de Odyssee. Zoals bij hem twee vogels, zo hebben daar Odysseus en Eumaios de hele nacht doorgepraat. Homerus besluit het relaas ^) Muziek in de kentering (1959). ^) Van dit punt af tot aan het slot der alinea volg ik zeer nauw twee opstellen van R. Pfeiffer. 158
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Jaarboeken | 172 Pagina's