Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1967 - pagina 153

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1967 - pagina 153

2 minuten leestijd

ineens plechtig: veel weten is toch erg, als je je tong niet de baas bent. Een spelletje, dat kenners kunnen waarderen, precies als de ongelooflijke verfijning van hun versbouw. H u n poëzie moet men eigenlijk niet vergelijken met die van een Aeschylus, een Pindarus of een Sappho. Zoals reeds opgemerkt, daar is de achtergrond dieper; daar waaien ook fellere winden. De Alexandrijnse poëzie tiert eigenlijk in een besloten tuin. Maar daarin heeft ze dan ook perfectie bereikt. Naar populariteit heeft ze nooit gestreefd; veeleer heeft ze die versmaad. Phocion moet haar dierbaar zijn geweest, die, toen er tijdens een door hem gehouden rede geapplaudisseerd werd, zichzelf onderbrak en vroeg: „wat heb ik voor doms gezegd?" Ze is ook nooit populair geworden, met een enkele uitzondering, Aratus is veel gelezen; zijn onderwerp, de astronomie, was bijzonder geliefd. Paulus citeert hem op de Areopagus. Maar voor de belangrijkste van de Alexandrijnse dichters, Callimachus, bestond in zijn eigen land geen belangstelling. We weten dat door een soort enquête. Want we zijn wel een bescheiden faculteit (vaak genoeg wordt ons bescheidenheid geleerd), die niet aan de weg timmert en het resultaat van haar onderzoekingen niet op twee pagina's van het ochtendblad publiceert, maar we doen mee met moderne methodes: we kennen de enquête. In het droge zand van Egypte zijn papyri bewaard gebleven. Daarvan zijn er, vooral na 1880, tienduizenden voor de dag gekomen. Die papyri kunnen we (neen, laat me de bescheidenheid van de faculteit niet vergeten), die kan ons knappe jongste broertje, de papyroloog, zeer accuraat dateren. En nu blijkt onder de papyri van de laatste drie eeuwen v. Chr. geen enkel fragment van Callimachus voor te komen. De bloei van de Alexandrijnse poëzie heeft ook maar kort geduurd; eigenUjk slechts van 280 en 240. Daarna heeft ze nog wel twee eeuwen navolgers gehad, maar geen van hen bereikt het eerste niveau. Op de groeiende Latijnse letterkunde heeft ze invloed uitgeoefend, maar niet meer dan de geheel anders geaarde litteratuur van de niet-Alexandrijnse Hellenistische tijd. Plotseling echter krijgt ze in de ie eeuw V. Chr. een enorm eclat. Een epigoon van de Alexandrijnen, Parthenius, komt in Rome terecht en vindt een warm onthaal bij een groep jonge dichters. Omstreeks 60 v. Chr. werken die in Rome. Neoterici, nieuw151

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Jaarboeken | 172 Pagina's

Jaarboek 1967 - pagina 153

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Jaarboeken | 172 Pagina's