Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1967 - pagina 152

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1967 - pagina 152

2 minuten leestijd

c) slechts schijnbaar in tegenstelling daartoe soms het pathetische, maar dan zeer onsentimenteel behandeld (ook hier een terug grijpen naar een litteraire stijl van voor de bloei der Atheense litteratuur, i.e. de Jonische schrijvers Soms gruwelverhalen, maar dan verteld zonder dat enig affect getoond wordt, iets als de hard-boiled detectivestory. d) het afwijzen van elk moraliseren. Tot hun tijd waren de dichters de opvoeders van hun volk geweest. Dat willen de Alexandrijnen bewust niet zijn. Dat verscheiden Alexandrijnse dichters leerdichten geschreven hebben, spreekt hier niet tegen: ze schrijven didactische poëzie niet om op te voeden, maar om hun kunnen te tonen op een in zich zelf weerbarstige materie (ook, omdat ze menen, dat de epische taal in de didactische epiek van Hesiodus soberder behandeld is dan in de heroische van Homerus; daarom grote lof voor Hesiodus bij hen). De rol, die de poëzie tot hun tijd toe had gespeeld, is in hun eeuw overgenomen door de philosophic en de wetenschap. De Alexandrijnse dichters beoefenen als eersten Tart pour l'art. e) de zucht naar het pittoreske, soms het idyllische (Theocritus is een meester in het genre, waaruit later de pastorale groeit, zie ben.). Ook wel het exotische - en dan ziet men een merkwaardig verschil met de 5e eeuw: belangstelling voor het exotische vindt men ook bij dichters als Aeschylus en Pindarus; bij hen valt het te vergelijken met de stemming, die de i6e eeuw soms vertoont, het juichen, omdat de wereld open gaat; bij de Alexandrijnen is het eerder een genieten van de bontheid. f) het werken voor een kleine kring van kenners. De dichter is poeta doctus. Dit is telekns weer verkeerd opgevat en heeft er toe geleid, dat Alexandrijns later een synonym is geworden van ondichterlijke geleerdheid. Ja, de Alexandrijnse dichters zijn geleerd; maar ze dragen hun geleerdheid zo licht! Ze komen inderdaad aandragen met onbekende versies van bekende mythen - maar dat is een spelletje, waar de collega's van genieten. En het wordt ook voor lateren te genieten, als men de ironie kan proeven, waarmee alles is gekruid. Callimachus komt met een bijzonder ongelooflijke versie aan, en zegt dan „amarturon ouden aeidoo", ik vertel niets, dat niet ,,belegt" is (met kan dit alleen vertalen in pedant geleerdenduits). Ergens anders verzekert hij bij een soortgelijk geval 150

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Jaarboeken | 172 Pagina's

Jaarboek 1967 - pagina 152

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Jaarboeken | 172 Pagina's