Jaarboek 1967 - pagina 60
held was niet alleen veelzijdig, maar ook van hoog niveau. Waterink was een bijzonder intelligent mens. Niet alleen het niveau echter, ook de aard van zijn intelligentie was bijzonder. Zij had een sterk intuïtieve inslag. Dit manifesteerde zich bijv. in intermenselijke relaties door een onmiddellijk contact met anderen. Waterink had wat wij mannen met verholen jalouzie wel ,,vrouwelijke intuïtie" noemen. Zij „zien" en „weten" wat voor ons met al onze ingewikkelde technieken verborgen blijft of hoogstens met moeite ontdekt wordt, maar zolang daarna dat het niet meer van waarde is! Dit intuïtief verstaan was bij hem (als bij hen) geworteld in een intense interesse in anderen - soms bij het nieuwsgierige af. O m zijn eigen terminologie te gebruiken; zijn hart sprak steeds in zijn kennen mee. Dit speelde niet alleen een belangrijke rol in zijn wetenschappelijke arbeid bij het psychologisch onderzoek - maar in zijn gehele dagelijkse leven: Waterink kon gemakkelijk met anderen omgaan, gemakkelijk vrienden maken. De keerzijde is: hij had behoefte aan vrienden, aan persoonlijke warmte in het intermenselijk contact - waarmee zijn ,,trouw" weer samenhangt: trouw aan zijn beginsel, trouw aan eenmaal gelegde vriendschapsbanden. Zijn intuïtie manifesteerde zich behalve in persoonlijke relaties ook in het inzicht in zakelijke, objectieve verbanden. Hij doorzag probleemsituaties zeer snel. Dit ging gepaard met een sterk subjectief zekerheidsbesef - uiteraard: hij had geen gelegenheid gehad andere mogelijkheden af te tasten. Hieruit verklaar ik, dat Waterink wel eens (naar onze criteria gemeten) wat „gemakkelijk" was met uitdrukkingen als ,,in ons laboratorium werd vastgesteld" e.d. Dergelijke uitdrukkingen bleken naderhand wel eens moeilijk te verifiëren - de noodzaak van verificatie, van toetsing van op exploratief onderzoek gebaseerde hypothesen voelde hij niet 20 sterk - het waren geen hypothesen voor hem. Deze typisch intuïtief geaarde begaafdheidsstructuur gaf aan zijn gehele leven - in het bijzonder aan zijn wetenschappelijk gedrag - een eigen vorm en kleur. Een autoritair aandoend poneren van de waarheid (zonder restrictie „zoals ik die zie"), een zeker dogmatisme was hem niet vreemd - ja zelfs het woord „intolerantie" dient zich aan. Was Waterink intolerant? Op het gebied van ,,ideeën" inderdaad - zoals ieder ,,overtuigde" dat toch eigenlijk is. Hij was in elk geval zeker geen relativist, 58
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Jaarboeken | 172 Pagina's