Jaarboek 1967 - pagina 151
den van hen philologen, die in de Alexandrijnse bibliotheek dag in dag uit ambtshalve bezig zijn met heel de Griekse litteratuur van 750 - 350, en speciaal met het epos. Deze vernieuwers zijn tegelijk de behoeders van de traditie. Nu te gaan praten over ambivalentie zou, alleen maar moderne psychologie introduceren, die hier beslist niet past: de Alexandrijnse nieuwlichters hebben stuk voor stuk een warme bewondering voor Homerus gekoesterd. Maar ze hebben er over getwist, hoe men de epische poëzie in de moderne tijd kon voortzetten. Een van hen, ApoUonius van Rhodes, meende, dat de oude vorm met geringe wijzigingen bruikbaar was. De omvang behoefde niet al te zeer ingekrompen te worden. Nieuw waren bij ApoUonius variaties in het woordgebruik, te savoureren door kenners, curiosa (vooral geographische) en de erotiek. Callimachus en Theorcitus hebben zich fel tegen hem gekeerd, en het eind is geweest, dat ApoUonius uit de kring gestoten is. Callimachus en Theocritus hadden gelijk. Natuurlijk hadden de Grieken reeds lang erotische poëzie gekend. Ook de Alexandrijnen hebben die geschreven - op hun manier. Die is gekenmerkt door een ironische distantie - en het spreekt voor het dichterschap van Callimachus, Asclepiades en Posidippus, dat hun erotische poëzie ondanks of juist door die ironie zo springlevend is. Dat ApoUonius' behandeling zwaar pathetisch was, zal niet hun voornaamste bezwaar geweest zijn tegen zijn gedicht; maar terecht zullen ze tegen hem hebben ingebracht, dat een zwaar accent op het erotische eenvoudig weg niet paste in het heroïsche epos. Of het epos in traditionele trant, óf de moderne erotiek (zoals Euripides geleerd had te gebruiken in de poëzie). Een keus was nodig meenden de echte Alexandrijnen terecht. ApoUonius wilde van twee wallen eten. Callimachus heeft toen getoond, hoe het naar zijn mening moest: een epos van beperkte omvang, met grote nadruk op de pittoreske details van het gewone leven, dat de helden der mythen toch ook geleid hadden. Als men de tendenties der Alexandrijnen wil samenvatten, vindt men: a) de variatie. Ze beoefenen verschillende genres (iets ongehoords in de klassieke tijd), kiezen uiteenlopende metra. b) de intellectualiteit; het zich zelf onderbreken; de angst voor vals pathos. 149
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Jaarboeken | 172 Pagina's