Jaarboek 1969 - pagina 29
Advies van de senaat van de Vrije Universiteit te Amsterdam in zake de Nota De Universiteit, doelstellingen, functies, structuren van de regeringscommissaris voor het wetenschappelijk onderwijs prof. dr. K. Posthumus (nota-Posthumus). 1. De minister van Onderwijs en Wetenschappen heeft aan de instellingen van wetenschappelijk onderwijs doen weten, dat hij de adviezen dier instellingen over de nota-Posthumus langs twee wegen wilde zien vastgesteld, nl. verticaal door de faculteiten, horizontaal door de senaten. De senaat meent, dat deze wijze van behandeling er toe moet leiden, dat hij zich beperkt tot de meer algemene vraagstukken, die in de nota aan de orde komen. O p de consequenties van aanvaarding van de in de nota gedane voorstellen voor de verschillende studierichtingen gaan de faculteiten in haar adviezen gedetailleerd in. O m te beginnen wil de senaat, hoewel hij op een aantal punten principiƫle critiek heeft, gaarne zijn bewondering uitspreken voor de nota van de regeringscommissaris. Deze getuigt van diepgaande kennis van en inzicht in de problematiek van het wetenschappelijk onderwijs. De grote verdienste van de nota is ongetwijfeld, dat zij binnen het bestek van een niet te uitgebreide monografie de problematiek van het wetenschappelijk onderwijs samenvattend behandelt en voorstellen tot een nieuwe opzet van dat onderwijs doet, die door een centrale gedachte gedragen worden. 2. Hoewel de titel der nota wijst in de richting van een behandeling van het vraagstuk van de universiteit in haar geheel, blijkt zij zich te beperken tot twee deelvraagstukken, dat van de herstructurering van onderwijs en onderzoek en dat van het beoordelingsstelsel. Deze beperking is verklaarbaar en aanvaardbaar. Immers de nota vindt kennelijk haar aanleiding in het de laatste jaren verbluffend snel stijgend aantal studenten en in de moeilijkheid het zich ook anderzins snel uitbreidend wetenschappelijk onderwijs en onderzoek op adequate wijze te financieren. Over het financieringsvraagstuk wordt merkwaardigerwijze weinig gezegd, maar dat het mede een aanleiding tot het opstellen van de nota is geweest, is uit hetgeen aan de opdracht aan de regeringscommissaris is voorafgegaan onmiskenbaar. 3. In de nota treft een zekere tweeslachtigheid. De algemene beschouwingen geven een goede uiteenzetting van de taak der universiteit en de doelstellingen van het wetenschappelijk onderwijs. De voorstellen in het tweede deel van de nota sluiten daarop niet in alle opzichten consequent aan. In hun uniformiteit doen zij geen recht aan de gevarieerdheid van het academische onderwijs. Tevens schijnen zij te zeer te 27
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's