Jaarboek 1969 - pagina 73
de orde kunnen komen. In de eerste jaren geeft Coops 's avonds college en wijdt overdag zijn aandacht aan het ontwerp en de bouw van het nieuwe laboratorium. In de eerste oriënterende reizen met Sizoo wordt verkend wat er aan inzichten in het buitenland hierover te vinden waren. Samen met Boeyenga, een architect die tevoren alleen kerken gebouwd had, kwam een gebouw tot stand voor 50 a 100 studenten, terwijl er 15 waren, mét een reserve verdieping. Het kostte ƒ 420.000,—, geheel uit een bijzondere inzameling bijeengebracht, een bedrag dat nu equivalent zou zijn met 10 miljoen gulden, en dat in een crisistijd. Het zal U niet verbazen dat Coops bijzondere aandacht besteedde aan de luchtverontreinigings- en ventilatieproblemen. Er ontstond een zeer modern gebouw, dat in 1933 geopend werd en in 1946 nog zo „nieuw" was, dat de Engelse hoogleraar Heilbronn het bezocht vóór hij met nieuwbouw begon. In deze zelfde tijd gaat Coops elke zaterdag op bezoek om begunstigers en donateurs te werven voor de V.U. Samen met A. de Graaf bezocht hij telkens 7 a 10 personen, na een schriftelijke voorbereiding en een slapeloze nacht. Coops was nl. iemand die, behalve met kinderen en studenten, zich niet gemakkelijk gaf in het sociale verkeer. Hij moest zich over een zekere schroom en schuwheid heenzetten, als hij bij anderen op bezoek ging. Het aantal van 1000 bezoeken werd hierbij overschreden. Zijn contact met het personeel en de studenten was zeer intensief en amicaal. Tijdens de practica zat hij op een kruk naast de studenten en voerde lange gesprekken. Hij was meelevend en had een grote invloed op hen. Velen danken hem de richting van hun leven. Anderzijds was hij veeleisend: 's avonds doorwerken op het laboratorium was vanzelfsprekend; ,,het werk gaat vóór, trouw maar niet!" Net als Paulus zag hij zijn eigen toestand daarin als ideaal.
Hoewel Coops zoals reeds gezegd is, veel vertrouwen in de toekomst van de faculteit had, zag hij heel goed in dat er gewerkt moest worden aan het verkrijgen van voldoende studenten. De beide middelen die daarbij effectief zijn, paste hij toe: Het opzetten van originele en inventieve research èn het financieel steunen van de studenten. Wat dit laatste betreft werkte hij hard aan het studiefonds, waarvan hij jarenlang voorzitter was. Niet alleen het verzamelen van geld, en als er tekort was, zelf steunen uit eigen middelen, ook het effectueren van terugbetalingen door afgestudeerden was een voortdurende en vaak niet plezierige bezigheid. De studieresultaten van de studenten en hun persoonlijk wel en wee werden vastgelegd in het kaartsysteem van de faculteit, dat Coops jarenlang beheerde. Het stond altijd naast zijn 71
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's