Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1969 - pagina 160

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1969 - pagina 160

3 minuten leestijd

kan worden gemaakt in het belang van de openbare orde, de goede zeden, de volksgezondheid, de nationale veiligheid etc. etc. Kortom in het algemeen belang. Waar de grenzen precies liggen is telkenmale een kwestie van afweging van belangen. De problematiek van de juridische formulering van de rechten van de mens ligt hierin dat men enerzijds de mens de ruimte moet toekennen om zijn persoonlijkheid tot ontplooiing te brengen, anderzijds die ruimte zodanig moet afgrenzen, dat het existeren-in-gemeenschap daardoor niet wordt bedreigd. Terloops zij opgemerkt dat daarmee de noodzaak van de orde als zodanig is gegeven, want ieder leven-tesamen-met-anderen, iedere samenleving veronderstelt een ordening. Duidelijk komt hierin echter tot uitdrukking dat iedere vrijheid beperkte vrijheid, in verantwoordelijkheid ten aanzien van de medeburgers en van de gemeenschap te genieten vrijheid is. De uitdrukking: ,,de absolute vrijheid van de één is de absolute onvrijheid van de ander" is langzamerhand tezeer een gemeenschap geworden dan dat men haar nog met enige pretentie kan gebruiken, al is het helaas nog geenszins overbodig de diepe, daarin verborgen waarheid in het licht te blijven stellen. In feite is deze gedachte - zij het op individualistische leest geschoeid - reeds op pregnante wijze geformuleerd terug te vinden in art. 4 van de beroemde Franse Declaratie van de rechten van de mens en van de burger van 1789: ,,La Liberté consiste a pouvoir faire tout ce qui ne nuit a autrui". Of, zoals de Utrechtse hoogleraar Kuypers het uitdrukt: ,,Right, duty and responsibility towards others and towards society belong together . . . . This principle is fundamental and at the same time elementary".*) Wanneer nu reeds binnen de op de oude Europese beschaving geënte cultuurkring zulke uiteenlopende visies op de mens en zijn functie in de samenleving voorkomen als enerzijds de communistische en anderzijds de in het merendeel der Westerse democratieën gangbare opvatting en wanneer wij zien dat zich daarnaast steeds meer landen uit andere cultuurkringen waarin de individualiteit als zodanig, los van de gemeenschapsfuncties, somtijds niet eens wordt ervaren, in de rij der naties mengen, dan kan de vraag rijzen wat het in feite betekent, als zij alle de inherente waardigheid en de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap erkennen en als hun oordeel uitspreken dat deze erkenning de grondslag is voor vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld. Indien wij op deze vraag antwoord willen geven is het echter goed te bedenken wat de onmiddellijke aanleiding is geweest voor de afkondiging der universele verklaring. Dat was de ongekende inbreuk op de mensehjke waardigheid, zoals deze zich in het nationaal-socialisme en in het fascisme had gemanifesteerd. Juist om te voorkomen dat een dergelijke situatie, waarin de mens verlaagd werd tot object van zich met de naam van recht tooiende regelingen, zich weer zou kunnen voordoen. 158

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Jaarboeken | 188 Pagina's

Jaarboek 1969 - pagina 160

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Jaarboeken | 188 Pagina's