Jaarboek 1969 - pagina 182
6. Personeel Voor 1969 zijn in het gepubliceerde ontwikkelingsplan 19691972 van de V.U. totaal 86 plaatsen voor de bibliotheek opgenomen, zie blz. 127 van de gedrukte uitgave. Inmiddels is het aantal studenten sneller toegenomen dan was voorzien, terwijl ook de bouw van het nieuwe bibliotheekgebouw werd versneld. Op 27 maart 1968 deelde de begrotingscommissie mee, dat voor 1969 gerekend kon worden op 80 plaatsen in plaats van 86. Gevraagd werd hoe deze 80 plaatsen verdeeld zouden moeten worden. In een brief van het College van Directeuren van 23 september 1968 delen Directeuren daarop mede, dat voor 1969 voorlopig aan de bibliotheek 77 plaatsen zijn toegewezen en dat bovendien een reserve werd gevormd. Opnieuw werd verzocht aan te geven hoe deze plaatsen verdeeld moesten worden. Het antwoord op dit vetzoek was het stuk Personeelsproblematiek en Personeelsformatie van i november 1968, waarin met tal van redenen omkleed werd uiteengezet waarom minimaal 80,3 plaatsen noodzakelijk zijn. Daarop werd aan de bibliotheek geen vast aantal personeelsplaatsen toegewezen. Wel bleek het onmogelijk om de wetenschappelijke bibliotheekstaf uit te breiden, zodat de bibliotheek in wetenschappelijk opzicht in een hachelijke situatie is komen te verkeren. Wat het aantal plaatsen voor bibliotheek-technisch en administratieve medewerkers betreft, bleek een uitbreiding met enkele personen mogelijk. De moeilijkheden, in het vorig jaarverslag genoemd, zijn daardoor dit jaar nog zeer toegenomen. Het toegestane aantal personeelsplaatsen was per i september 1968 in totaal 67, per i januari 1969 was dit 72 en per i september 1969 was dit aantal 73. De bezetting van deze plaatsen heeft vrijwel steeds volledig plaats gevonden, terwijl bovendien gedurende de langste tijd een 5-tal uitzendtypistes werkzaam is geweest en een wisselend aantal studenten. O m een inzicht te krijgen in wat deze vermindering van aantal personeelsplaatsen betekent, maak ik de volgende opmerkingen. a. In het ontwikkelingsplan van de bibliotheek werd centraal gesteld dat de bibliotheek in de loop van een aantal jaren zou groeien van 3,7% naar 5 % van de totale jaarlijkse uitgaven van de universiteit. Volgens de cijfers van de bij de minister ingediende begroting 1970 is dit percentage voor het vermoedelijke beloop 1968 3,84%; voor 1969 3,9% en voor 1970 weer 3,84%. Een groei zit daar dus niet in, zodat de achterstand, die erg groot was, niet wordt ingehaald en de relatief te geringe plaats van de bibliotheek in het geheel gelijk blijft. Duidelijk gesteld: De bibliotheek zou recht hebben op 5 % van de universitaire kosten, ze heeft een achterstand en ontvangt 3,8 %. De bibliothecaris doet voorstellen om in een 180
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's