Jaarboek 1969 - pagina 65
Ik ben Coops zeer dankbaar voor deze voorbeeldige manier waarop de overgang zich toen heeft voltrokken. Ik zou uit latere jaren nog vele andere prettige herinneringen uit de privé-sfeer kunnen aanhalen, maar het zal U duidelijk zijn dat wij daarmee niet veel dichter komen bij Coops als beoefenaar van de wetenschap. Dit is ten dele te wijten aan het feit dat hij zich in elk geval na zijn emeritaat hoe langer hoe meer van de aktieve wetenschapsbeoefening heeft teruggetrokken. Wanneer ik dus - met het oog op zijn werk - de vraag herhaal: Wie was Coops ? dan moet ik mij in mijn betoog baseren op twee indirekte, maar daarom niet minder authentieke bronnen: zijn wetenschappelijk oeuvre, vooral zoals dat is vastgelegd in publicaties aan de ene kant en anderzijds de berichten van derden, die als leerlingen en medewerkers met hem samen hebben gewerkt. Publicaties kunnen bijzonder waardevol zijn als bron van informatie, want hier heeft de onderzoeker met eigen hand vastgelegd wat hij de moeite waard vond. In vorm en presentatie heeft hij de kans zijn individuele persoonlijkheid tot uiting te brengen. N u is het bij natuurwetenschappelijke publicaties haast een traditie en zeker de regel dat men zakelijk, nuchter, objectief en onpersoonlijk tracht te schrijven. Wanneer men echter het werk van Coops leest met de bedoeling om aanwijzingen omtrent de persoon erachter te verkrijgen, dan valt op dat hier de tendens tot objectivering wel bijzonder ver doorgedreven is. Het lijkt bijna alsof hij bewust geprobeerd heeft, alle subjectieve aspecten weg te laten, achter zijn werk terug te treden, of, als U het zo wilt stellen, zich erachter te verbergen. De presentatie is nuchter en onpretentieus, zonder de bij anderen toch wel af en toe aan te treffen zelfbespiegelingen, emoties of speculaties. Conclusies en eigen meningen worden zeer zuinig gegeven. De experimentele resultaten daarentegen staan v o o r o p ; hij vindt ze zo belangrijk, dat zij soms zonder inleiding of motivering aan de lezer worden aangeboden echter altijd met grote bescheidenheid, terughoudendheid en een ruime mate van kritiek op zichzelf of, waar dat nodig geacht wordt, ook op anderen. Wanneer hij meent dat de stand van zaken nog geen gefundeerde conclusie wettigt, dan doet hij ook geen poging in deze richting. In tegenstelling tot vele zogenaamde moderne beoefenaars van de chemie vindt hij het dan niet beneden zijn waardigheid de feiten voor zichzelf te laten spreken. Daarmede zette hij de lijn voort van de oerdegelijke traditie der klassieke organische chemie. Ter illustratie moge dienen het slot van een publicatie op thermochemisch gebied uit 1950, waarin hij zo ongeveer zegt dat ter afronding en uitwerking nog enkele verdere metingen gedaan moeten worden, en daarna volgt als laatste zin:,,While 63
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's