Jaarboek 1969 - pagina 163
leidelijk aan is echter deze conceptie van de economische en sociale rechten ook door deze landen aanvaard als een verrijzing en noodzakelijke aanvulling van de gedachte van de rechten van de mens. Zo is in het kader van de Raad van Europa naast de reeds genoemde Conventie van Rome een sociaal Handvest geproclameerd waarin een 19-tal economische en sociale rechten zijn geformuleerd. In zekere zin vormen de economische en sociale grondrechten de voorwaarde, waaraan moet zijn voldaan, willen de burgerlijke en politieke grondrechten hun volledig effect hebben, in die zin dat zij door ieder - en de formulering van deze burgerlijke en politieke rechten spreekt telkens van ieder - lid van de samenleving kunnen worden genoten; om het recht tot eerbiediging van zijn woning geldend te kunnen maken, moet men eerst een woning hebben. Waar het nu op aan komt is dat we gaan beseffen hoezeer de rechten van de mens historisch bepaald zijn, hoezeer zij eerst zin en waarde verkrijgen, wanneer zij gesteld worden in het kader van een bepaalde cultuur-fase, en wanneer wij de mens binnen de contexts van zijn cultuur plaatsen. Schending van de rechten van de mens doet zich niet altijd daar voor, waar wij met onze totaal andere culturele achtergrond ons in onze menselijke ontplooiingsmogelijkheden gekortwiekt zouden voelen. Waar het om gaat is of de mensen daar zich binnen hun eigen cultuur-patroon kunnen ontplooien en zij zullen die elementen beklemtonen, die zij als een belemmering voelen. Zo is het niet altijd billijk om vanuit onze waarde-beleving en vanuit onze cultuur-historische positie een oordeel uit te spreken over de wijze waarop de rechten van de mens elders in acht worden genomen, want daar kunnen andere eisen en andere maatstaven, andere prioriteiten met name, gelden. O m een voorbeeld te geven uit onze eigen geschiedenis, kan men stellen dat er altijd t.a.v. de vrouw is gediscrimineerd omdat zij tot zeer onlangs niet over dezelfde rechten beschikte als de man? Op gevaar af een gedeelte van mijn gehoor te ontstemmen, waag ik het te zeggen: naar mijn stellige overtuiging niet. De niet-gelijkwaardige positie van de vrouw ten opzichte van de man werd pas discriminatie toen op grond van de cultuur-historische ontwikkeHng het inzicht was doorgebroken dat op tal van punten het verschil dat tussen de geslachten gemaakt werd (bijv. t.a.v. het kiesrecht) niet langer relevant was en toen dit door de betrokken groep zelf als een belemmering voor haar ontplooiing en derhalve als kwetsend werd gevoeld ' ) . En zo berust naar mijn stellige overtuiging het apartheidsbeleid in Zuid-Afrika op discriminatie en is het derhalve een schending van de rechten van de mens, omdat daar - dwars tegen de cultuur-historische ontwikkeling in regelingen worden gehandhaafd én getroffen die de neger de kans onthouden om op geUjke wijze als de blanke in overeenstemming met zijn capaciteiten zijn verantwoordelijkheid 161
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's