Jaarboek 1969 - pagina 75
Hij keerde op i6 mei 1945 terug in Zeist en ging na 10 minuten door naar Amsterdam. Hij wordt hoofd van de Politieke Opsporings Dienst, rector magnificus in de cursus 1945/46 en begint naast de herbouw van zijn eigen afdeling, met Sizoo, Koksma en Van der Horst aan de voorbereiding van de biologische afdeling en de medische faculteit. Hiermede begon de tweede periode van zijn werk aan de Vrije Universiteit. Het duurt echter enkele jaren voor zijn scheikundig werk in het laboratorium weer op gang komt. Het Scheikundig laboratorium vroeg zich die eerste tijd af: Waar is Coops ? Wanneer komt hij weer terug ? Is de overgang naar wetenschappelijk werk vergemakkelijkt door de uitdaging het bestaande gebouw aan de ene zijde met 2 en aan de andere zijde met 3 verdiepingen uit te breiden ? In elk geval, Coops ging weer bouwen en nog voor de bovenste verdieping van Scheikunde goed en wel klaar was, werd deze afgestaan aan de nieuwe subfaculteit van de Biologie, als tijdelijke huisvesting. In 1947 werd de subsidieregeling voor de V.U. aangenomen en ging de mogelijkheid dagen van een terrein waar de hele Universiteit op gehuisvest kon worden. Opnieuw was dezelfde visie, die hem in 1930 geleid had, doorslaggevend. Elk terrein was te klein. Hij zag in het begin van de 5o-er jaren de universiteit zo groot als zij nu is. Hij gebruikte zijn relaties om tijdelijke huisvesting te zoeken voor alle nieuwe instituten die werden opgericht en het vinden van de huizen voor de hoogleraren die werden aangesteld. Hij vond voor de biologen de oude school op het Rapenburg en was dagelijks beschikbaar voor hulp bij de verbouwing en de inrichting, adviseerde over begrotingen en hielp hen bij het vinden van de juiste weg tot de goede man in de besturende colleges. In 1958 was er een terrein voor de bouw van de nieuwe universiteit gekocht. Het was erg klein en er zouden zo snel mogelijk laboratoria voor de preklinische opleiding, voor biologie en natuurkunde en voor het Wiskundig Seminarium gebouwd worden. Na enkele opwindende vergaderingen van de bouwcommissie en van de faculteit, ontstond het plan om één gebouw voor de hele faculteit te ontwerpen. De totale voor 1970 geraamde bezetting werd vastgesteld op 1300 man, nadat de faculteitsschatting van 1600 met alle mogelijke middelen tegenover het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen tot het uiterste was verdedigd. Terzijde zij opgemerkt dat het Scheikundegedeelte, waarvan nu het programma van eisen klaar is, alleen al op 1050 man voor 1980 is berekend. Het grote aandeel dat Coops in de totstandkoming van het faculteitsgebouw heeft gehad, is wel bekend. Het terrein was té klein en wekenlang is het ontwerp heen en weer geschoven over de platte grond, tot bleek dat het terrein 73
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's