Jaarboek 1969 - pagina 26
De niet eenvoudige post van hoofd van de landelijke organisatie vervulde hij met toewijding en het was mij een genoegen bij zijn afscheid de dank van de senaat aan hem te mogen overbrengen. Hij heeft heel wat klachten over hoogleraren moeten beantwoorden en bleef hun toch welgezind.
Naast het vraagstuk van de bestuursvorm vroeg, gelijk gezegd, dat van de herstructurering van het wetenschappelijk onderwijs veel van onze tijd en aandacht. In mijn vorige verslag maakte ik melding van de benoeming van prof. dr. K. Posthumus tot regeringscommissaris voor deze zaak. Kort nadat de rectoren in september 1968 hun jaarredes hadden gehouden, verscheen zijn nota, De universiteit, doelstellingen, functies, structuren. Minister Veringa deed de universiteiten weten, dat hij haar adviezen over de nota-Posthumus langs twee wegen wilde zien vastgesteld, nl. verticaal door de faculteiten met inschakeling van wetenschappelijke staf en studenten in de betrokken faculteit en horizontaal door de senaten, wetenschappelijke staven en studenten afzonderlijk. Het advies van de senaat is als bijlage aan deze rede toegevoegd. Naast bewondering en waardering voor opzet en uitwerking van de nota heeft de senaat in zijn advies op een aantal punten principiƫle critiek geoefend. Zo heeft hij gewezen op een zekere discrepantie tussen de algemene beschouwingen in het eerste deel van de nota en de concrete voorstellen in het tweede deel. Ernstig bezwaar heeft hij gemaakt tegen het voorstel voor alle studierichtingen - met uitzondering van die in de faculteit der geneeskunde - een uniforme cursusduur in het Academisch Statuut vast te leggen. Erkennende, dat naar bekorting van de studieduur moet worden gestreefd, heeft de senaat aandacht gevraagd voor het belang van het behoud van wat de kern is van de universitaire vorming: het aanwijzen van de samenhang der dingen, het richten van de aandacht op de grote vragen, die in de geschiedenis aan de orde zijn geweest en die de eigen tijd stelt en het combineren van het onderwijs in de gekozen studierichting met algemene ontwikkeling en vorming. De senaat zou er de voorkeur aan geven, wanneer de cursusduur op basis van overleg tussen de faculteiten in ruime samenstelling door middel van de secties van de Academische Raad voor elke studierichting afzonderlijk in het Academisch Statuut zou worden vastgelegd, rekening houdende met de door hem aangegeven algemene gezichtspunten. Intussen zijn de faculteiten reeds bezig met herstructurering van onderwijs en examens op basis van het bestaande Academisch Statuut. Experimenten met projectonderwijs zullen in verschillende secties plaats vinden. Een werkgroep onder 24
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's