Jaarboek 1969 - pagina 18
Gezag geeft regels en bestuurt in de gemeenschappen, waarvoor het geldt. Het karakter van het gezag is in bijbelse zin dienst. Wie heerst, dient. Psalm 72, het gebed voor de koning, drukt dat op onovertroffen wijze uit. Als echter gezag dienst is ten behoeve van hen, over wie het wordt uitgeoefend, dan moet het onder controle staan, dan moet het ter verantwoording kunnen worden geroepen. Wil het gezag voorts effectief zijn, dan moet het, zo nodig en in laatste instantie door middel van machtsuitoefening de maatregelen die het nodig acht, kunnen doorzetten. Maar ook die machtsuitoefening staat onder de klem van de plicht tot dienen en verantwoording afleggen. Het moet, dunkt mij, mogelijk zijn elkaar in de notie van gezag, zoals pslam 72 die geeft, te vinden, zeker aan een universiteit, die naar geestesrichting, gedragen wordt door nazaten van de Monarchomachen. Ik noemde zojuist de geestesrichting van de universiteit. Deze speelt ook een rol bij het ontwerpen van een nieuwe bestuursvorm. Niet in technische zin. De grondslag, die de geestesrichting der universiteit, zij het ook onvolkomen, uitdrukt, verzet zich niet tegen democratisering, integendeel, kan ik op grond van het voorgaande zeggen. Welke bestuursvorm men echter ook kiest, het religieus karakter der universiteit moet onverlet blijven. De vormgeving daarvan in de grondslag kan verbeterd worden - de besprekingen over een nieuwe formulering van de grondslag naderen haar afsluiting - , maar de zaak zelf is niet voor verandering vatbaar, tenzij niemand meer aan deze universiteit zou willen komen werken of studeren, in welk geval zij zou moeten worden gesloten. Alleen van docenten wordt instemming met de grondslag gevraagd. Alle overigen, die aan de universiteit verbonden zijn, zijn zonder meer van oudsher welkom. Van aUen echter moet en mag loyaliteit ten opzichte van het karakter der universiteit gevraagd worden. Wie de grondslag zo onverdragelijk vindt, dat hij deze loyahteit niet kan opbrengen, behoort de universiteit uit respect voor haar en voor zichzelf voor een andere te verwisselen. Dat de zaak, die de grondslag probeert te vertolken, de verhouding van openbaring en wetenschap, in discussie moet blijven, wil de universiteit niet beneden de maat zijn, is onbetwist.
De groei van het aantal studenten hield aan. Ingeschreven werden 1291 vrouwelijke en 5772 mannelijke studenten, tezamen 7063. Voor het vorige jaar waren de overeenkomstige getallen i i o o , 5220 en 6320. Het aantal studenten overschreed derhalve de 7000. De 7000ste, mejuffrouw Marjan Stevenhagen, werd krachtens traditie door mij persoonlijk inge16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's