Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1969 - pagina 46

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1969 - pagina 46

3 minuten leestijd

heden van de overheid tegenover de consciëntie der burgers te veel in. Deze bedenking is verklaarbaar. Scholten was leerling van de Utrechtse hoogleraar B. C. de Savornin Lohman, die evenals zijn oom, de grote Alexander Frederik, nogal Groeniaans dacht en Groen bezat hoezeer aan de volksvrijheden recht doend een aristocratische, geen democratische inslag. Kuyper vertoonde bij alle grootheid - welke voorzover wijsgerig-theologisch van aard niet geheel binnen Scholtens gezichtskring lag - iets van de omhoog gevallen bourgeois, wat Scholten niet aanlokte. Een type dat hem uitnemend lag, trof hij aan in de Groninger hoogleraar Gratama. Op een geïsoleerde post in he liberale Groningen, de anti-revolutionaire beginselen toegedaan, tegelijk verschillend van starre partijgangers, die een dermate nauwe binding met Calvinistische, of beter nog steil orthodoxe opvattingen legden, dat de bewegingsvrijheid zeer werd ingekrompen, op zijn oude dag vereenzamend, was Gratama, steeds op zelfstandigheid bedacht, geen volstrekt gesloten stelsel voorstaand, iemand aan wie Scholten zich verwant gevoelde. Een gezagsgetrouw individualisme, ziedaar wat hem toesprak, en wanneer de betrokkenen dan zich nergens thuis voelden, had hij daarvoor uit zekere overeenstemmende geaardheid stammend begrip. Mogelijk dat ruimer uit zijn karakterbouw voortvloeide de zeldzaamheid, waarmee anderer persoonlijkheid, en zulks niet steeds de kern treffend, getekend werd. Wetenschappelijk leverde Scholten interessant, geen baanbrekend werk. Een geschiedfilosofie bood hij nimmer. Archiefonderzoek verrichtte hij betrekkelijk weinig. Daarentegen behandelde hij graag op het leven toegesneden algemene vragen, liet hij de nadruk vallen op de betekenis voor een volk van historisch besef. Hij schoof voor Nederland de nationale, geleidelijk gegroeide samenhang naar voren, hij trok uit hetgeen er voorheen gebeurd was conclusies. Het Nederlandse volk was religieus, vrijheidslievend, openstaand voor invloeden uit den vreemde, al was de ,,public spirit" soms weinig ontwikkeld. De vaderlandse historie is geweest een samenspel van krachten. Onze grondwet van 1814 was vrucht der tijden, niet los te denken van de Republiek, van de Franse tijd, van het zelfstandig denken der ontwerpers: zij erkende aan haar voorafgaande soevereiniteit en legde deze voor de toekomst vast. Op grond ook van de historie is hij staatsrechtelijk een aanhanger van het dualisme, de tweeheid van Regering en Staten-Generaal. Tegelijk is hij hier niet geheel duidelijk. Min of meer bedekt valt hij Groen bij, wanneer deze de motie Keuchenius verdedigend, tevens betuigt haar kort voor de stemming, wanneer zij het debat voldoende had losgemaakt, te zullen hebben ingetrokken. Hij prijst extra parlementaire kabinetten, want zij staan tamelijk vrij ten opzichte van partijen en partijfracties, hoewel hij erkent dat Ruys de Beerenbrouck 44

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Jaarboeken | 188 Pagina's

Jaarboek 1969 - pagina 46

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Jaarboeken | 188 Pagina's