Jaarboek 1969 - pagina 157
zijn geworden dat het streven tot realisering ervan al bij voorbaat mislukt schijnt te zijn, tenzij . . . Het is dit tenzij, waaraan ik gedurende dit college enige nadere aandacht wil schenken, niet in de verwachting daarmede in een schier hopeloos schijnende discussie het verlossende woord te spreken, doch om via de weg van een noodzakelijkerwijs oppervlakkige beschouwing een bijdrage te leveren aan de zo noodzakelijke bezinning over dit vraagstuk. Datgene wat het thema van ,,de rechten van de mens" met begrippen als „vrede" en ,,gerechtigheid" gemeen heeft, is de vanzelfsprekendheid en daarmede tegelijkertijd de absoluutheid ervan. Want juist omdat een ieder de realisering van de rechten van de mens en hun garantie beweert na te streven, terwijl omtrent de inhoud ervan en de wijze waarop deze garantie dient te geschieden de opvattingen verre uiteenlopen, is men geneigd de eigen opvatting te verabsoluteren en voor alleen-zaligmakend te verklaren. Daarmee is de gehele materie van deze rechten en de opsomming ervan in een declaratie tot een politiek wapen geworden, waarmede men de eigen opvattingen tracht kracht bij te zetten, juist omdat men in deze verklaring de bevestiging van eigen gelijk meent te kunnen lezen. M.a.w. de indruk kan ontstaan dat men, eclectisch te werk gaande, voor de ondersteuning van de eigen doeleinden die elementen gebruikt die de eigen visie op de rol van de mens in de samenleving schijnen te bevestigen, terwijl men terwiUe van een verbale, mondiale overeenstemming die elementen op de koop toe neemt, die in dit beeld moeilijk lijken te passen. Is dit een te somber beeld, een beeld dat niet past op een dag van herdenking ? Dat zal waar zijn, indien daaruit de conclusie zal moeten worden getrokken, dat de gehele kwestie van de rechten van de mens een onoplosbare puzzel is, die maar het beste zo spoedig mogelijk terzijde kan worden gelegd. Het is echter naar mijn stellige overtuiging niet zozeer de materie van de rechten van de mens zelf als wel deze benadering ervan die het probleem zo ingewikkeld maakt. En benaderingswijzen kunnen veranderd worden. En evenmin als wij de ,,vrede" mogen opgeven omdat onze wijze van benadering zo uiteenloopt, evenmin mogen wij de rechten van de mens opgeven, doch zullen wij wellicht onze visie daarop aan een herwaardering moeten onderwerpen. Dan is het echter allereerst zaak ons een ogenblik op de vraag te bezinnen wat wij nu precies met die rechten van de mens bedoelen. Daarbij kan het ternauwernood gaan om het juiste aantal en de preciese reikwijdte van deze rechten. Alle recht heeft immers een functie, is doelgericht en op deze functie en dit doel is onze aandacht nu gericht. Naar mijn mening nu gaat het bij de rechten van de mens om die erkenning van de inherente waardigheid van alle leden van de mensengemeenschap waarvan de preambule van de Universele Verklaring spreekt. Het is de erkenning van de 155
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's