Jaarboek 1969 - pagina 49
kwestie opwerpend. Door een aardige bijzonderheid - een niet-friese functionaris die een friese instelling leidde - met een prikkelende uitspraak, ook wel, zij het steeds voorzichtig, in artikelen gedaan - een politieke partij is geen kerk en geen hengelaarsclub; Thorbecke, bij wie het debat inleiding tot handelen was, wiens systeem eerder dan de persoon het vertrouwen had van de tijdgenoot, moest een oude dissenter heten, de antirevolutionaire staatsleer was opportunistisch in de ontwikkeling der leerstukken, Kuyper kon als een vijand van de staat worden beschouwd, in anti-revolutionaire kring werd de overheid niet naar behoren gewaardeerd, een regering die slechts partijwensen verwezenlijkte, leek op het His Masters Voice hondje -, slaagde hij erin menig misverstand omtrent dufheid en gebrek aan openheid in orthodox-protestantse kring met name bij buitenstaanders weg te nemen. Voor 1940 had hij zuiverend gewerkt door op kleine universitaire bijeenkomsten nog al vrijmoedig zijn lievelingsdenkbeelden te spuien. Als leermeester, als academisch praeceptor werd hij volledig aanvaard en voelde hij zich gelukkig. De in de jongste tijd met heftigheid uitgevoerde aanvallen op de hoor-coUeges konden hem totaal onberoerd laten. Buiten noodzaak werden zijn lessen nooit verzuimd. Zij stimuleerden de belangstelling voor geschiedenis en politiek. Zij verruimden de gezichtskring. Zij deden de betekenis van een wijde geestelijke horizon, van een deugdelijke culturele uitrusting verstaan. Wie gewoon was bijna uitsluitend naar maatschappelijk profijt of onmiddellijk studierendement te vragen werd tot de erkenning gedrongen dat iets dergelijks bij Scholten al te dwaas was. Bovendien werd men gewaar met de hier overgedragen kennis wat te kunnen aanvangen, met de hier gewekte belangstelling ook voor andere problemen oog te krijgen. Had de leermeester zelf door zijn radio-arbeid niet bewezen dat voor geschiedkundige beschouwingen, mits maar actueel aangekleed en met rustige overtuigingskracht voorgedragen, een breed publiek ontvankelijk was? Wij moeten afsluiten; de herdenking mag geen mateloze lof worden; hij, die aldus werd gehuldigd, zou misprijzend hebben opgekeken. Dit staat een uiteindelijk woord van weemoed en erkentelijkheid niet in de weg. Het zal het schijnbaar tegenstrijdige gelijk het tot dusver naar voren trad, niet verzoenen, wellicht het bondigst geformuleerd in dier voege dat de hoogleraar die zo zeer waarde toekende aan gewetensvrijheid tevens objectivist was. Het zal evenmin zwijgen van reeds eveneens vermelde zelfstandigheid, trouw, ijver, bereidheid te dienen. Er werd soms moeizaam veel verkropt. Daarnaast openbaarde zich voornaamheid in het stilzwijgend voorbijgaan aan onwaardige aanvallen - zo aan nooit publiekelijk herroepen Polemios-artikelen - welke mindere figuren tot actie zouden hebben getergd. Mozes de psalmdichter, die ook staatsman was en wetgever, erkent als hij over zeventigjarigen 47
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's