Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1969 - pagina 162

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1969 - pagina 162

3 minuten leestijd

veeleer de mens, het subject van deze rechten, Deo carissimum animal, Gods liefste schepsel, om een door Hugo de Groot aan Chrysostomus ontleende en door mijn vereerde voorgangster vaak gebruikte uitdrukking te bezigen. En in deze uitdrukking vinden wij de diepste grond van de aan ieder mens gelijkelijk toekomende inherente waardigheid. Het is overigens de vraag of met Verdross' punten wel genoeg gezegd is, of er niet daarnaast aandacht moet worden besteed aan de taak van de gemeenschap de voorwaarden te creëren, waaronder de mens aan de ontplooiing van zijn persoonlijkheid eerst kan toekomen. Met name is een periode, waarin miljoenen mensen een bestaan leiden dat ternauwernood menswaardig - d.w.z. niet beantwoordend aan de inherente waardigheid van de mens - kan worden genoemd, is het nuttig deze vraag nader onder ogen te zien. Ik wil in dit verband een gedeelte aanhalen van een rede in 1964 gehouden door de Maleisische Minister van Financiën, Enche Tan Siew Sen. Deze zei: „Het is misschien niet toevallig dat de rijke landen van de wereld in de democratie geloven en haar in praktijk brengen. Wij, die tot de andere zijde, die van de ontwikkelingslanden, behoren geloven ook in de democratie . . . omdat wij ons realiseren dat de waardigheid van de mens, in feite het overleven van de menselijke geest, alleen mogelijk is als een regering vrij wordt gekozen door de bevolking van het land. Het is echter ook goed te bedenken dat voor de wemelende miljoenen van Azië en Afrika zaken als vrijheid en zelfs menselijke waardigheid slechts van academisch belang zijn, eenvoudigweg omdat zij ze nooit gekend hebben. Voor hen - en zij vormen de overweldigende meerderheid van het menselijk ras - is het centrale probleem hoe zij genoeg te eten kunnen krijgen. Voor deze wemelende miljoenen is alleen het stillen van hun honger een zaak, die - althans wat de afzienbare toekomst betreft - de moeite waard is. Indien in hun geval een totalitair systeem het goed oplevert van het stillen van hun honger, is er verder niets van belang, zelfs niet het verlies van politieke en burgerlijke vrijheden, die zij overigens nooit gekend hebben . . . . Men kan geen democratie bedrijven met een lege of een half-lege maag. Het komt erop aan eerst de maag te vullen" ®). Het is dan ook niet te verbazen dat het met name de ontwikkelingslanden waren die - tezamen met de communistische landen - sterk de nadruk legden op het vastleggen van de economische en sociale grondrechten, het recht op arbeid, op goede arbeidsvoorwaarden, op sociale zekerheid, op onderwijs e.d., een zaak waar vele Westelijke landen in beginsel huiverig tegenover stonden omdat zij - doch in hoeverre was ook dat weer cultureel bepaald? - uitgingen van een visie op subjectieve rechten, als afdwingbare rechten en hoe kan men recht op arbeid afdwingen in een periode van werkeloosheid. Ge160

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Jaarboeken | 188 Pagina's

Jaarboek 1969 - pagina 162

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Jaarboeken | 188 Pagina's