Jaarboek 1969 - pagina 37
van Uw komst. Ik ben naar buiten gegaan o m U tegemoet te gaan. Aldaar ontmoette ik, buiten het gebouw, enige studenten, onder wie de heer Jelle Visser, die mij duidelijk verschrikt mededeelde, dat het breken van de ruit geen opzet was, maar dat men de bedoeling had gehad om binnen te komen door dit venster, daarbij denkende dat dit zou kunnen zonder het glas te breken. Zij verklaarden zich bereid, de schade te vergoeden. Ik heb toen aan twee studenten, onder wie de heer Visser, gezegd dat ik de politie gewaarschuwd had, zoals ik ook zou doen wanneer ik constateerde dat er bij mij thuis ingebroken werd. Ik vroeg hen op volkomen eerlijke wijze, de gang van zaken aan de politie mede te delen, waarbij ik er op vertrouwde, dat deze zaak daarmee zou zijn opgelost. Bij Uw aankomst hebt U met een viertal studenten, in de barak van de studentenraad gesproken. Aan het einde van dit gesprek heb ik U uitgenodigd met mij het administratief gedeelte van het provisorium binnen te gaan, teneinde ter plaatse de situatie op te nemen. Ondertussen hadden de studenten mij reeds gevraagd met hen te komen praten. Terwijl ik U met enige van mijn medewerkers in het gebouw achterliet, ben ik naar de studenten gegaan en heb hen in de hal van het provisorium toegesproken en met hen gediscussieerd over de door hen gestelde eisen en over het ultimatum en hen opnieuw gepoogd te overtuigen van de stellige bedoeling van de colleges van curatoren en direkteuren, ten aanzien van medezeggenschap en medebeslissingsrecht. Het bleek opnieuw onmogelijk tot wederzijds begrip te komen. Door de studenten is toen duidelijk verzekerd, dat het in hun bedoeling lag, bij niet inwilliging, het gehele provisorium te bezetten. Toen ik daarop antwoordde, dat in het afgesloten gedeelte niemand zonder mijn toestemming zou mogen binnenkomen, aangezien de werkzaamheden daarin ongestoord zouden moeten kunnen worden voortgezet, dit in verband met hun mededeling dat de bezetting 24 uur zou duren, deelde één der medewerkers van het bureau mij mede, dat reeds een vrij groot aantal studenten in het administratieve gedeelte van het provisorium was binnengedrongen. Toen ik mij naar dit gedeelte begaf, trof ik U daar aan, terwijl U reeds telefonisch kontakt had met het Hoofdbureau van politie. U zag zelf, dat de studenten inmiddels het afgesloten gedeelte waren binnengedrongen. Ik meen te kunnen zeggen, dat al die mensen wederrechtelijk zijn binnengedrongen, omdat bedoeld gedeelte geheel was afgesloten voor onbevoegden en ik aan niemand toestemming had gegeven bedoeld gedeelte te betreden. Ik mocht redelijkerwijs aannemen, op grond van het gesprek, dat ik in afwachting van de komst van de politie, zoals eerder gemeld, met de studenten had gehad, dat zij na het incident met het ruit, hetgeen ik als afgesloten beschouwde, geen verdere poging zouden doen het administratief gedeelte te bezetten. Ik deelde aan U mede, dat ik het noodzakelijk achtte, dat het 35
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Jaarboeken | 188 Pagina's