Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1976-1977 - pagina 40

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1976-1977 - pagina 40

2 minuten leestijd

ZIJN WIJ ARM OF ZIJN WIJ RIJK? Een door sommigen veel gebruikte aanduiding van de taak van de rector magnificus luidt: Hij waakt voor de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Deze uitspraak is tegelijk waar en onwaar. Onwaar is de uitspraak indien hij zou betekenen dat het hier om een exclusieve taak van de rector zou gaan. Om maar iets te noemen: ook de financiële mannen en de planners binnen het bestuur van de universiteit en elders hebben voor die kwaliteit te waken. Evenzeer moet het oordeel „onwaar" worden uitgesproken indien bedoeld zou zijn, dat aan de rector magnificus bijzondere bevoegdheden zouden zijn gegeven die kunnen bijdragen tot een effectieve uitoefening van die taak. Toch is er ook iets waar in deze benadering en ik wil de daarin gelegen uitdaging op mijzelf in mijn tegenwoordig ambt betrekken. Zowel krachtens de taakverdeling binnen het College van Bestuur als krachtens de wettelijke adviesrol als voorzitter van het College van Dekanen lopen er duidelijke lijnen van de rector naar het middenniveau van de universiteit, dus naar de faculteiten en subfaculteiten. En daar — nader in de vakgroepen — wordt het eigenlijke werk, datgene waarvoor de universiteit bestaat, verricht, namelijk het geven van onderwijs en het doen van onderzoek. Vanmiddag wil ik daarom iets laten blijken van mijn zorg voor de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. Meteen al moet mij daarbij iets van het hart. De eigen aard van het onderwijskundig en wetenschappelijk bezig zijn, de grote verscheidenheid van disciplines en specialismen ook, heeft geleid tot een grote mate van autonomie; vakgroepen staan in hun vaststelling van onderwijs- en onderzoekprogramma's tamelijk autonoom tegenover faculteit en subfaculteit; en deze zijn dat op hun beurt weer tegenover het universiteitsbestuur. Op zichzelf is dit een goede zaak en ik zou mij ook niet gemakkelijk een andere situatie kunnen voorstellen dan die waarin de mensen van het vak bepalen wat er moet gebeuren en waarin initiatieven tot ontwikkeling en vernieuwing ook door hen worden ontwikkeld. De rol van het centrale bestuur is daarbij ondersteunend van aard; denk aan wat er nodig is op financieel, bouwtechnisch en personeelsgebied. 38

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1976

Jaarboeken | 270 Pagina's

Jaarboek 1976-1977 - pagina 40

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1976

Jaarboeken | 270 Pagina's