Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1978-1979 - pagina 95

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1978-1979 - pagina 95

2 minuten leestijd

Gerekend naar het aantal jaren dat mevrouw Van der Molen deel heeft uitgemaakt van het docentencorps aan onze academie, zou kunnen worden verondersteld, dat haar betekenis met name voor de juridische faculteit een beperkte is geweest. Zij was in 1946 opgetreden als privaatdocente in het volkenrecht, en werd in 1949 buitengewoon, en in 1958 gewoon hoogleraar in dat recht om in 1962 haar ambt neer te leggen: een extra-ordinariaat van negen, een ordinariaat van vier jaar bieden ogenschijnlijk weinig kans een stempel op leerlingen te drukken, een markante plaats onder ambtgenoten in te nemen. De werkelijkheid was anders. Vanaf 1949 mocht de inzet voor de faculteit zo volledig heten, dat wezenlijke invloed werd uitgeoefend en daarnaast speelden nog geheel andere dingen. Gesina van der Molen was de eerste vrouw, die aan de Vrije Universiteit promoveerde; zij was ook de eerste vrouw, die deel uitmaakte van de juridische faculteit oude stijl. Nooit vertoonde zij enig spoor van onzekerheid bij het binnentreden van een traditioneel mannelijke samenleving; nooit hebben de anderen, die stellig aan enige uitbundigheid moesten wennen, een moment van onbehagen bij zichzelf ervaren, alles verliep op de meest natuurlijke wijze. Hoewel zij er zich nimmer op liet voorstaan, lag in tweeërlei opzicht een merkwaardig verleden achter haar. De weg vanuit onderwijs en journalistiek naar de universiteit was verre van gemakkelijk gebleken, maar zij had — niet met aller bijval — de hindernissen, mede dankzij haar mentor, de hoogleraar Anema, genomen. Het in 1937, acht jaar na het behalen van de Meester-titel verdedigde proefschrift Alberico Gentili and the Development of International Law was ook voor eigen besef een triomfantelijke bekroning geweest van hardnekkige studie. En dan was er haar houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij behoorde tot het betrekkelijk zeldzame slag christenen voor wie nimmer de radicaliteit van het evangelie een probleem vormde. Niet dat haar twijfel — ook op latere leeftijd — vreemd was of dat zij geen oog bezat voor de betrekkelijkheid van veel vermeend onaantastbare waarheden, maar wel dat christelijke geloofsgehoorzaamheid werkelijk christelijke geloofsgehoorzaamheid en christelijke liefde waarachtig christelijke liefde voor haar waren. Dus nam zij het ten behoeve van de Joden op toen dezen vervolgd werden en trad zij toe tot de verzetsbeweging daar zij in afschuwelijke rechtskrenking niet wenste te bewilligen. Ook al waren later haar faculteitgenoten minder impulsief en hielden deze figuren zichzelf meestal voor evenwichtiger en wijzer, zodat zij wel bij naar 91

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978

Jaarboeken | 152 Pagina's

Jaarboek 1978-1979 - pagina 95

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978

Jaarboeken | 152 Pagina's