Jaarboek 1978-1979 - pagina 52
heb het hele proces meegemaakt waarlangs zijn conceptie van de zogenaamde „Helicopter-view" tot stand kwam — een criterium voor leidinggevende kwaliteiten. De naam duidt het al aan: iemand met een goede helicopterkwaliteit kan zich verheffen boven de zaken van alle dag, kan afstand nemen van verleden en heden, kan zijn blikveld verbreden zonder de werkelijkheid los te laten en kan, en daar gaat het tenslotte om, op grond van eigen observatie en eigen visie beleidslijnen uitstippelen naar de toekomst; kort gezegd: het evenwichtig hanteren van verbeeldingskracht, werkelijkheidszin en realiseringsdrang. — In dat kader ontdekten we samen wat als hoofdkenmerk van de goede onderzoeker kan gelden: het vertalen van bekende problemen in vragen die door wetenschappelijk onderzoek te beantwoorden zijn. Iemand die de beoefening van de wetenschap niet uit eigen ervaring kent zal dit geheim nimmer kunnen verstaan. En dat dit voor de buitenstaander een mysterie blijft heeft o.a. tot gevolg dat de wetenschappelijke wereld vrijwel altijd in het defensief is als er een maatschappelijke of politieke discussie ontstaat over taken voor en resultaten van universitair onderzoek. Bij deze — grof geschetste — stand van wat ik zie als hoofdprobleem in het probleemveld wetenschap en samenleving, is de VU in een uitzonderlijk gunstige situatie omdat de Vereniging altijd heeft geleefd uit de idee dat volk en universiteit bij elkaar horen. Om de relatie tussen wetenschap en samenleving actuele vorm te geven zal het Bestuur van de Vereniging zich moeten inleven in de problemen om het proces van het ombuigen van een in het verleden gegroeide mentaliteit te kunnen begeleiden. Voor een goed samenspel zullen eerst de partners in dat spel het eens moeten worden over de spelregels. Ik verwacht dat de praktijk zelf zal moeten leren hoe dat spel het beste kan worden gespeeld; de moed zal moeten worden opgebracht om met voorlopige en misschien wel gebrekkige spelregels te beginnen. Het gaat erom een goede afstemming te vinden tussen wat enerzijds de universiteit kan en wil bieden en anderzijds wat in de samenleving — lees de Vereniging — ingang zal kunnen vinden. Wat de universiteit in ieder geval kan is: informatie verschaffen over ontwikkelingen in de wetenschap en die informatie voorzien van kritisch commentaar. De vorm waarin die informatie-overdracht kan plaats vinden zal wel het beste de aloude universitaire vorm kunnen zijn: het college met een daarop volgende discussie, onder handhaving van het wetenschappelijk karakter. Een discipline-gewijze opzet ligt verder voor de hand. 48
SLOT
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978
Jaarboeken | 152 Pagina's