Jaarboek 1978-1979 - pagina 61
jaar herinner, bekruipt me de gedachte dat de zelfkritiek op dit punt nogal beperkt is gebleven, zeker als ik bedenk dat de hulp van buiten, zoals die door de leden van de groep Verenigingsleden in de Universiteitsraad werd geboden, hun niet steeds in dank is afgenomen. Het huidige voorontwerp bevat heel veel onvolkomenheden en dient in zijn ingediende vorm geen wet te worden; maar bij de massale universiteiten van nu lijkt het mij dat we een betere dienst aan de maatschappij bewijzen door een zeer groot aantal studenten een brede, algemene opleiding te geven en een beperkt aantal een vervolg, dan dat we blijven pretenderen en streven om al onze studenten in principe een goede training voor wetenschappelijk onderzoek te bieden. Dat is een fictie, maar in plaats van die op te heffen, gaan we door aan alle studenten eisen te stellen waaraan menigeen niet kan voldoen en die zijn later beroep hem ook niet stelt. Het resultaat van het volhouden van deze fictie is echter wèl dat de zevendejaars en ouder een normaal verschijnsel is, iets wat mij echt maatschappelijk onverantwoord lijkt. Maar behalve zelfonderzoek en -kritiek zijn er andere vormen van kritisch nadenken en kritiek, die we moeten beoefenen. In dit verband stuiten we al spoedig op de vraag of we over alles kritisch moeten nadenken, en alles ter discussie stellen, afgezien van de fysische en psychische onmogelijkheid om dat te doen. Wanneer we dat al zouden doen, is het verder nodig te weten vanuit welke vooronderstellingen en in welk kader dit gebeurt. Met deze constatering kom ik tot de pluriformiteit van opvattingen. In zijn referaat betoogde de huidige vice-president van de CRE, Leroy uit Grenoble, dat om principiële en practische redenen aan universiteiten in democratische landen „plurahsm of ideas" gehandhaafd moest worden, en kwam hij tot de paradox dat een krachtige, onafhankelijke universiteit niet met één stem zal spreken maar vele, vaak uiteenlopende meningen verkondigen. Bij het lezen van deze woorden moest ik denken aan de roep die in onze Vereniging vaak opkomt en die vraagt om een duidelijk antwoord van dè universiteit, om het verlossend woord van onze kant over vraagstukken van arbeidsethiek, verdeling van inkomens of wat dan ook. Van de kant van het College van Bestuur komt dan geregeld de opmerking dat éénvormige antwoorden niet te verwachten vallen; één ervaring op dit gebied is bekend uit de Commissie Beleidsruimte Onderzoek, die te oordelen had over twee aanvragen voor een onderzoek over een christelijke anthropologic: de aanvragen waren niet in overeenstemming met elkaar te brengen. Maar dit terzijde, want overeind blijft de vraag naar de wenselijkheid van pluriformiteit. In de discussiegroep rees verzet tegen de absolute uitspraak 57
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978
Jaarboeken | 152 Pagina's