Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1978-1979 - pagina 21

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1978-1979 - pagina 21

2 minuten leestijd

door achtereenvolgende regeringen ten opzichte van het wetenschappelijk onderwijs wordt toegepast. Die beperking van uitgaven, aanvankelijk 'minder meer', thans 'nullijn' en in bepaalde opzichten 'minlijn', maakt planning urgenter dan ooit, levert — zoals te verwachten — allerlei spanningen op en vraagt dus om een zorgvuldig bestuur door alle betrokkenen. Die zorgvuldigheid is temeer geboden nu er — zoals aangeduid — een juridische 'schemertoestand' bestaat en ontwikkelingsprocessen gaande zijn ten aanzien van planning en besturing van het W.O.systeem. Gezien de grote verantwoordelijkheden en bevoegdheden van minister en departement geldt die eis van zorgvuldigheid minstens zozeer voor die partij als voor de instellingen als andere partij in de afspraken. Ik wil nog enkele woorden wijden aan het instrument meerjarenafspraak zelf, onderscheiden van inhoud en functie van de huidige meerjarenafspraken. Dit instrument is nieuw en roept — dus — allerlei vragen op. Het is te beschouwen als een bestuursrechtelijke overeenkomst naar het model van privaatrechtelijke overeenkomsten. Een bestuursrechtelijke overeenkomst moet natuurlijk de wettelijke kaders in acht nemen, waaraan partijen gebonden zijn, bv. de minister aan het begrotingsrecht van de Staten-Generaal, en moet de bevoegdheden en eigen verantwoordelijkheden van partijen respecteren. In principe lijkt het instrument meerjarenafspraak een interessante en aantrekkelijke innovatie te zijn, ook voor intern gebruik in de universiteit. Waarom? Het Nederlands wetenschappelijk onderwijs vormt een zeer complex systeem, naast andere (sub)systemen in onze ingewikkelde samenleving. Er is een groot aantal instellingen, met een veelheid van faculteiten en studierichtingen, met een grote verscheidenheid van taken en programma's. Behalve die taken en programma's zijn o.a. studentenaantallen en middelentoewijzingen min of meer zelfstandige variabelen in dat systeem. Vakgroepen, faculteiten, universiteitsbesturen en minister hebben in dat systeem elk eigen bevoegdheden voor besturing ervan. Het systeem kent een sterke mate van decentralisatie. Hoe moeilijk zo'n complex systeem te besturen is, blijkt pas goed als er veranderingen in moeten plaatsvinden, zoals bezuiniging. De verleiding is groot om dan te centraliseren, bevoegdheden aan de „top" te vergroten en meer zeggenschap te geven aan de centrale overheid, nader: de minister. Gezien de voorstellen betreffende artikel 96ter - 102 van de W.W.O. in het voorontwerp van wet twee-fasenstructuur is de huidige minister van O. en W. vatbaar voor die verleiding. Dat is merkwaardig nu 19

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978

Jaarboeken | 152 Pagina's

Jaarboek 1978-1979 - pagina 21

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1978

Jaarboeken | 152 Pagina's