Jaarboek 1979-1980 - pagina 35
Uit de onderwijsbegroting voor het jaar 1980 kan een conclusie snel getrokken worden: het wetenschappelijk onderwijs wordt overstroomd met discussienota's, wetsontwerpen enz. Niet minder dan 10 van de 36 beleidsvoornemens van de betrokken bewindslieden hebben betrekking op het wetenschappelijk onderwijs. Bij de indiening van deze begroting was voor de 13 instellingen voor wetenschappelijk onderwijs één wetsontwerp aanhangig bij de Staten-Generaal, waren er zeven wetsontwerpen in voorbereiding en een tiental beleids- en discussienota's uitgebracht of zouden in het begrotingsjaar uitgebracht worden. De 13 universiteiten en hogescholen — voor hun advisering aan de minister verenigd in de Academische Raad — waren de nu afgelopen cursus dan ook voortdurend bezig adviezen voor te bereiden, af te ronden en hun standpunten te verdedigen. Wie de hoop had in de onderwijsbegroting een uiteenzetting te vinden waarin de genoemde stukken in samenhang gepresenteerd werden kwam bedrogen uit. Het voert te ver om te zeggen dat zo'n totaalvisie bij de opstellers geheel ontbreekt. De nu verschenen BUOZ-nota en het voorontwerp van wet op het wetenschappelijk onderwijs 1981 — de WWO 81 zijn duidelijk in samenhang met het — terecht gekritiseerde — ontwerp van wet vooreen tweefasen struktuur van het wetenschappelijk onderwijs geschreven. Echter een duidelijk zicht op de inhoudelijke vulling van nieuwe concepten lijkt te ontbreken. Te snel worden dan voorstellen gedaan die verstrekkende, nog niet te voorziene gevolgen kunnen hebben, dan wel dreigen er per wet regelingen getroffen te worden die nog niet voldoende uitgekristalliseerd en doordacht zijn. Ook in tijden van vergaande bezuinigingen, die de instellingen voor wetenschappelijk onderwijs voor grote problemen stellen, is het nodig hier oog voor te hebben om niet later voor onverwachte consequenties van nu getroffen regelingen te komen staan. En dat kan met name gebeuren als de wetenschapsconceptie zelf aan de orde is. Om die reden bleef een artikel van de WWO 81 mij bezighouden, ook nadat de instellingen en de Academische Raad hun adviezen hadden uitgebracht. Ik wil er vanmiddag een korte beschouwing aan wijden omdat het een voor het wetenschappelijk onderwijs zeer essentieel punt betreft. Het gaat om artikel 4 van genoemd wetsontwerp, dat als volgt luidt: „Aan de instellingen van wetenschappelijk onderwijs wordt de academische vrijheid in acht genomen". 33
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979
Jaarboeken | 132 Pagina's