Jaarboek 1979-1980 - pagina 36
Bij de uitvoerige bespreking van dit artikel in de memorie van toelichting worden drie aspekten van deze academische vrijheid genoemd: — de vrijheid in het geven van onderwijs, — de vrijheid in het ontvangen van onderwijs, — de vrijheid in het verrichten van onderzoek. De bewindslieden zien, volgens hun toelichting, deze academische vrijheid als een recht dat ten nauwste samenhangt met de vrijheid van meningsvorming en meningsuiting en dat specifiek gericht is op de positie van individuele docenten, onderzoekers en studenten. Alleen als zij de vrijheid hebben om eigen wetenschappelijke inzichten te volgen en daarbij niet afhankelijk zijn van bepaalde politieke opvattingen kan volgens de bewindslieden de wetenschap bloeien en het daarvoor benodigde zelfstandig en kritisch denken zich ontwikkelen. De vrijheid in het geven van onderwijs — ik volg nog even de memorie van toelichting — houdt in dat de docent binnen het kader van het vastgestelde onderwijsprogramma en didactische eisen, wetenschappelijke opvattingen mag verkondigen die naar zijn mening de juiste zijn. Zo wordt de docent ruimte gelaten voor eigen inzicht en creativiteit en behoeft hij geen compromissen te sluiten met zijn wetenschappelijke en morele integriteit. Met de vrijheid in het ontvangen van onderwijs wil gezegd zijn dat de student niet gedwongen kan worden bepaalde wetenschappelijke opvattingen aan te hangen of te verkondigen. Hij wordt gevrijwaard van indoctrinatie. Dit aspect van de academische vrijheid duidt niét op de vrijheid om naar plaats en tijd onbeperkt onderwijs te ontvangen. De vrijheid in het verrichten van onderzoek houdt volgens de bewindslieden in de vrijheid van de onderzoeker om zelf het onderzoekthema te initiëren en bij zijn onderzoek eigen inzichten te volgen. Als beperkingen van deze vrijheid worden genoemd het door bevoegde organen vastgestelde onderzoekprogramma, maatschappelijke en ethische normen en de door vakgenoten erkende maatstaven. De relevantie van het opnemen van de zo omschreven academische vrijheid in de wet voor de rechtsbescherming — onder deze titel wordt nl. genoemde toelichting gegeven — komt tot uiting in een enkele zin waarin gezegd wordt dat voor een algemene omschrijving van het begrip is gekozen om ruimte te 34
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979
Jaarboeken | 132 Pagina's