Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1979-1980 - pagina 37

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1979-1980 - pagina 37

2 minuten leestijd

hebben om in voorkomende situaties tot een verantwoorde oordeelsvorming te komen. Duidelijk is uit het bovenstaande hoe voorzichtig men geprobeerd heeft het begrip academische vrijheid nader te duiden, maar dat er toch nog lacunes zijn. Zo zijn immers de bij de vrijheid in het verrichten van onderzoek genoemde beperkingen: maatschappelijke en ethische normen en de door vakgenoten erkende maatstaven ook beperkingen voor de vrijheid in het geven van onderwijs. En: bij het vaststellen van onderwijs- en onderzoekprogramma's is de academische vrijheid van docenten en onderzoekers óók in het geding. Hoe die daar tot gelding moet komen wordt niet uitgewerkt. Voorts zal een regeling niet alleen voor het wetenschappelijk personeel maar ook voor het overig personeel en de studenten, voor zover bij onderwijs en onderzoek betrokken, moeten gelden. De reacties uit de academische wereld op dit artikel lopen qua strekking en lengte sterk uiteen. Er wordt zowel — al of niet met genoegen — ingestemd met het voorstel als met klem geadviseerd dit artikel niet in de wet op te nemen. Sommigen twijfelen aan het practisch nut ervan en velen achten de betreffende passages in de memorie van toelichting te vaag en te weinig doordacht, waardoor de noodzaak het artikel op te nemen onvoldoende aangetoond is. De Erasmus Universiteit wijst het artikel af met het argument dat het dooi de traditie bepaalde beginsel van de academische vrijheid ongeschreven dient te blijven. De commissie Besturen Letterenfaculteiten zegt daarentegen dat de academische vrijheid geen ongeschreven beginsel is, maar opgesloten is in de vrijheden, die iedere Nederlander krachtens de grondwet geniet, zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van onderwijs. Vrijheden die ieder heeft behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Daarmee worden de grenzen van die vrijheden gegeven, zoals gebeurt voor de academische vrijheid met andere artikelen van het onderhavige wetsontwerp. De academische vrijheid moet volgens deze visie dus juist niet in de wet, om haar niet los te maken uit het kader van de grondwettelijke vrijheden, wat de bedoeling niet kan en mag zijn. Enkele malen wordt in de commentaren opgemerkt dat de academische vrijheid wel gezien dient te worden als een uitvloeisel van het algemene grondrecht van vrije meningsvorming en meningsuiting maar gepaard gaat met verantwoordelijkheid èn beperkt wordt door gestelde en te stellen kaders, 35

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979

Jaarboeken | 132 Pagina's

Jaarboek 1979-1980 - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1979

Jaarboeken | 132 Pagina's