Jaarboek 1981-1982 - pagina 75
Bij het heengaan van dr. Cornells Rijnsdorp herinneren wij ons allereerst zijn wijsheid, zijn evenwichtigheid van oordeel in een tijd van polarisatie. Zijn oordeel werd verlicht door een diepe beleving van al wat in het begin van deze eeuw was voorgevallen en door een tot in zijn laatste dagen waarnemen van al wat rondom hem plaatsvond. De televisie is voor hem een uniek medium geweest om, de laatste jaren binnenshuis vertoevend, werkelijk op de hoogte te blijven van wereldgebeuren en geesteswereld van zijn tijd. Gedurende een lang leven had hij diverse geestelijke stromingen in kerk en politiek, in muziek literatuur zien opkomen en teniet gaan; hij had op deze gebieden autoriteiten zien aantreden en verdwijnen. Daarom heeft hij, rekening houdend met wat de orthodox-protestanten in deze eeuw aan idealen en kracht hadden betoond, maar evenzeer kennend hun gebreken en mislukkingen, met zijn geschriften ingang kunnen vinden tot het hart van het volk, ook gedurende zijn laatste jaren. Hij heeft de volksgroep waaruit hij is voortgekomen, juist aan het einde van zijn emancipatieperiode gekomen, verder opgevoed en tot bezinning gebracht, mede dank zij zijn wijsheid en evenwichtigheid van oordeel. Die wijsheid en evenwichtigheid zijn veroverd in een leven vol stille strijd. Maar op rijpere leeftijd heeft hij daarvan dan toch de gave vruchten geplukt. Vanaf zijn jeugd werd hij gestuwd door een niet aflatende drang tot kennis, die hij zich gehinderd door een drukke kantoorloopbaan - slechts moeizaam door zelfstudie kon eigen maken. Maar het voordeel van zijn levensloop was dat zijn boekenkennis direct getoetst werd door de realiteit van het leven: de dagelijkse zorgen en eigen levenservaringen. Zijn romans Koningskinderen (1930, zijn meest gelezene), Eldert Holier (1938, zijn favoriete) en Mijn Vader, mijn Vader . . . (1946, zijn knapste analyse) zijn uit rijke levenservaring gewonnen. Zo was het ook met zijn gedichten, waarvan het mooiste wel is: Niet meer op verre bergen, Hoe zijn soms kort de nachten, niet in een oude stad doorbracht in mijmerij! wilt Gij U eerbied vergen Want op het onverwachte of offering van schat: zijt Gij het meest nabij, de heilige muren vielen, Dan strenglen zich de handen de bergen liggen stom; ineen met sterken druk wie maar gelovig knielen en in de ogen branden zijn in Uw heiligdom. de tranen van geluk. In deze hymne is iets vertolkt van het diepste geheim van zijn leven, waarin religieuze beleving, culturele ontmoetingen en persoonlijke contacten (vooral met de literator P. J. Risseeuw) een grote rol hebben gespeeld. 73
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Jaarboeken | 144 Pagina's