Jaarboek 1981-1982 - pagina 72
te moeten adviseeren en zij vond voor haar advies vollen ingang bij Curatoren, Senaat en Directeuren." Dit advies betrof versterking ,,van het wetenschappelijk peil van opleiding en onderzoek van de bestaande afdeeling voor Wis-, Natuur- en Scheikunde", die vervolgens beschreven werd als onverantwoord klein met drie gewone hoogleraren (het wettehjk minimum voor een faculteit). ,,Een gelukkige omstandigheid was het dat de faculteit in staat bleek drie jonge mannen van erkend wetenschappelijke aanleg en verdienste en van harte de beginselen onzer Universiteit toegedaan, te vinden, die bereid bleken een lectorschap te aanvaarden." Dr. E. van Dalen was één van hen. In zijn openbare les, twee dagen na Sizoo's redevoering, ,,Over de ontwikkelingsgang der chemische analyse", toonde hij aan dat de grondslagen der chemie: de wet van behoud van stof (massa) bij chemische reacites (Lavoisier) en het stoechiometrische karakter van verbindingen, beide uiteindelijk voortvloeiden uit de kwantitatieve analyse. Geen wonder dat hij vaak bhjk gaf de typisch nederlandse naam ,,Scheikunde" te prefereren boven de naam ,,Chemie". Waarom overigens zijn leeropdracht luidde: ,,Analytische Chemie", terwijl hij toch gelijktijdig de anorganische chemie doceerde, zal wel nooit opgehelderd worden. De oorlog en met name de bezetting van juist zijn laboratorium op de eerste verdieping, ontnamen hem de gelegenheid tot vruchtbaar onderzoek. De opbouw daarna was tijdrovend. Niettemin werd er vooral na 1951 door hem en zijn medewerkers in toenemende mate gepubliceerd. Speciaal de moderne analysemethoden zoals allerlei vormen van chromatografie, ionenuitwissehng, electroforese en electrochemie, werden daarbij steeds meer toegepast en verder ontwikkeld. Een deel van dit werk is veelvuldig en wereldwijd geciteerd. Ongetwijfeld kreeg hij door zijn benoeming tot gewoon hoogleraar in de anorganische en analytische chemie meer armslag. Niettemin werd in zijn inaugurele oratie op 5 oktober 1951, handelend ,,Over de samenstelling van chemische verbindingen" nauwelijks over eigen werk (toen al weer in volle gang) of toekomstplannen gerept. Zijn grote bescheidenheid zal hiervan de oorzaak zijn. Terwijl hij zich met grote ijver en gesteund door zijn brede inzicht en uitstekend geheugen, ten volle aan zijn opdracht wijdde, hield hij zijn eigen persoon steeds op de achtergrond. Sommigen vonden hem daarom moeiUjk te doorgronden. Wie echter iets dieper groef ontdekte een integer, onkreukbaar en nederig, doch tevens kwetsbaar mens, die het ,,Soh Deo Gloria" niet snel met de mond beleed doch des te meer in de praktijk uitte. Toegegeven zij dat hem dit des te gemakkelijker moet zijn gevallen door de hoge mate van nuchterheid en het gemis aan geldingsdrag die hem kenmerkten. Zijn affiniteit met de grondslag kwam o.a. in de oorlogsdagen tot uiting in de daadwerkehjke belangsteüing van hem en zijn echtgenote, in de materiële en geestehjke behoeften van de niet-officieel in het laboratorium aanwezige studenten. Wie niet 70
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Jaarboeken | 144 Pagina's