Jaarboek 1981-1982 - pagina 71
Op 1 februari 1982 overleed op 79-jarige leeftijd prof.dr. Egbert van Dalen, emeritushoogleraar in de Scheikunde aan de Vrije Universiteit. Na zijn studie in Groningen werd hij in 1928 hoofdassistent bij prof. C. J. van Nieuwenburg te Delft, bij wie hij op 29 mei 1933 promoveerde op het onderwerp: ,,Oriënteerende onderzoekingen over tandcementen". Zijn visie op goed onderzoek, die ook zijn latere oeuvre zou kenmerken kwamen in dit werk duidelijk naar voren: 1) Wat zegt de wereldliteratuur over de huidige stand van zaken betreffende het onderwerp in kwestie? 2) Wat zijn de belangrijkste aspecten die in de vraagstelling niet of onvoldoende aan de orde zijn geweest? 3) Zijn die aspecten qua practisch en zuiver wetenschappelijk belang de moeite van voortgezette studie waard? 4) Geef een compacte glasheldere samenvatting van de resultaten. Reeds op 15 februari 1932 was hij als Conservator in dienst getreden van de sectie Scheikunde van de in 1930 opgerichte Faculteit der Wis- en Natuurkunde aan de Vrije Universiteit. Ten tijde van de opening van het nieuwe gebouw aan de Lairessestraat, in 1933, werden hem als privaat-docent de colleges en practica in de analytische chemie toevertrouwd naast zijn conservatorschap. Dit laatste vergde vrijwel alle werkkracht wegens het nijpende geldgebrek: er was immers geen overheidssteun. Niettemin moest het onderzoek vooral in de organische en fysisch-organische chemie, via improvisatie op gang komen. De financiële situatie van de vierde faculteit werd tijdens de jaarvergadering op 6 en 7 juli 1932 te Leiden geschetst door de voorzitter van het college van Directeuren, dr. H. Colijn. Er was ƒ 60.000 per jaar voor de exploitatie van deze faculteit begroot. ,,Spreker is overtuigd dat dit bedrag er ook zou zijn gekomen, had zich de crisis na 1930 niet ongemeen verscherpt." ,,De helft is bijeen. Op de andere helft is nu het wachten. Als bemoediging deelt Spreker mee dat ter dekking van het tekort de Hoogleeraren door vrijwillige salarisverlaging 1/5 hebben bijeengebracht (applaus). Dat zijn ook geen rijken of edelen. Zorgen wij nu voor de andere 4/5 (luid applaus)" (Jaarboek 1933). De grote aarzeling die tussen 1932 en 1938 ten aanzien van de uitbouw van de faculteit bestond en die voor van Dalen een verdere beperking van zijn ontplooiingsmogelijkheden moet hebben betekend, werd duidelijk weergegeven in de rede van prof. dr. G. J. Sizoo bij zijn rectoraatsoverdracht op 21 september 1938 (Jaarboek 1938). In het jaar 1937-38 werd namelijk besloten tot een uitbreiding van de bestaande ,,Wis- en Natuurkunde faculteit, welke uitbreiding werd mogelijk gemaakt door het ter beschikking komen van het bedrag dat door de actie van het ,,Vrouwen VU-plan 1937" was verkregen. Bij den opzet in 1932 was wijselijk vermeden de bestemming der te verkrijgen gelden nader te bepalen dan als versterking der Wis- en Natuurkundige en Medische faculteit. Vaak bleek namelijk, dat de meening of althans de hoop aan de dag trad, dat het kapitaal zou kunnen worden gebruikt voor het toevoegen van . . . de biologische afdeeling" (i.v.m. de medische propaedeuse). ,,De faculteit heeft gemeend anders 69
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Jaarboeken | 144 Pagina's