Jaarboek 1981-1982 - pagina 83
Woensdag 2 juni zou ik naar Leeuwarden gaan voor de begrafenis van Rein Boomgaardt, de oud-directeur van het Friesch Dagblad. De dag daaraan voorafgaande, bij mijn thuiskomst van een wandeHng door het oude Rotterdam, zei mijn vrouw: ,,Je was zeker van plan morgen Algra te ontmoeten?". ,,Allicht", antwoordde ik. Zij weer: ,,Ik moet je iets zeggen: Algra is vanmorgen overleden". Dan wordt een mensenkind wel stil. Eerst op 12 februari van dit jaar 1982 Cornells Rijnsdorp, nu op 1 juni Hendrik Algra. Beiden eredoctor van onze universiteit, beiden voor mij vaderiijke vrienden. Rijnsdorp was 87 jaar geworden, Algra 86. Algra was een dergenen die op 20 oktober 1980, bij het plechtige eeuwfeest onzer universiteit in de Nieuwe Kerk, met het eredoctoraat werden bekleed. Hij had het verdiend en het heeft hem oprecht verheugd. Verdiensten had hij in velerlei opzicht; daaraan deed niet af, dat het eredoctoraat meer rechtstreeks werd teruggevoerd op zijn betekenis voor de commentariërende en opiniërende journalistiek. En deze op haar beurt was weer van grote betekenis door de vormende kracht die er, zo als tientallen jaren lang door hem beoefend, van was uitgegaan voor velen. In de overlijdensadvertentie vanwege onze universiteit werd als kenmerkend opgemerkt dat Algra voor velen de weg had helpen openhouden naar eigen traditie en verleden, om daaruit beginselen voor bhjvende waarde voor heden en toekomst te putten. Zelf geruime tijd van nabij bij het perswezen betrokken geweest, heb ik Algra eigenlijk al van het begin, van 1935 dus, geboeid in zijn journalistieke bezigheid gevolgd. Hier toch, maar dan ten overstaan van eigentijdse problemen en problematieken, werden tradities voortgezet van Groen en van Kuyper. Hier had het journahstieke commentaar nog zijn functie behouden van een welkom behulpzaam zijn van lezer en lezeres, zich een oordeel te vormen over de gebeurtenissen van de dag, die immers vaak meer is dan een enkele dag. Op haar beurt was diens omvangrijke en diepgaande kennis van de historie onze commentariërend journalist-publicist daarbij tot enorme steun. En zeker, niet minder nog dan deze, zijn leven dicht bij de bijbel, die hem altijd weer tot een kinderlijke vroomheid wist te wekken. Toen het in april 1972 een eeuw geleden was dat Kuyper het eerste nummer van De Standaard deed verschijnen - met het nog altijd onvergetelijke hoofdartikel waarin ons de geuzen werden voorgehouden - en onze universiteit dat gebeuren met een tentoonstelling in de herinnering terugriep, was Algra de aangewezene om die tentoonstelling te openen. Als commentator heeft Algra ook kritiek geoefend, scherpe soms. Ook daarin was hij zijn voorgangers in de geschiedenis van het eigen perswezen niet vreemd. Onze universiteit is aan die kritiek niet geheel ontkomen. Maar het was mij en anderen met mij wel duidehjk - en uit vele gesprekken met hem is dat ook wel gebleken - dat ook van kritiek de liefde jegens de universiteit een diepe drijfveer was. Voor zijn lezers was zijn boodschap een dagelijks wachtwoord. Zoals hij nog bij mijn afscheid van de unviersiteit op 10 december 1981 stelde: hij zag in de krant graag een dagelijkse gast die vertrouwen vroeg, maar zich dat vertrouwen ook eigen moest maken. En voor zo velen, met name in zijn Friesland, was hij via zijn familieblad zelf als 81
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Jaarboeken | 144 Pagina's