Jaarboek 1981-1982 - pagina 77
kend, en Anton van Duinkerken bij persoonlijke ontmoetingen de man bleef van barokke beelden en verrassende feiten, zo bleef Rijnsdorp tot in zijn hoge ouderdom de man die kon luisteren (zelfs liefst luisterde) en wanneer hij sprak een voorzichtig geformuleerd, beslist uitgesproken maar grondig doordacht oordeel gaf. Zijn laatste jaar is niet droef, maar wel moeilijk geweest. Als nooit tevoren stortte hij zich op zijn schrijverstaak, die hij steeds weer voorbereidde door stipte concentratie en overdenking van door hem te bespreken boeken. De Engelsen zouden hem ,,a progressive conservative" noemen: hij begreep dat werkelijk religieuze en esthetische waarden ook voor volgende generaties van belang blijven en daarom dienen te worden overgedragen, maar hij begreep evenzeer dat wij niet moeten schromen nieuwe vormen en wegen te vinden om onze overtuiging bekend te maken, en we wel in de laatste plaats dienen te zweren bij het oude omdat het oud is. Wie zijn boekbeoordelingen gevolgd heeft, weet dat hij zich de laatste jaren grondig bezighield met ouderdom, ziekte en sterven. Hij beleefde deze vragen als diepe ervaringen die zich aan hem voltrokken zowel receptief als produktief. Voor zichzelf en anderen schreef hij sinds 1978 zijn dagboeknotities Laatste Gedachten, waarin hij zeer bewust vastlegde wat hij gedurende zijn laatste levensjaren beleefde en overdacht op religieus, esthetisch en ethisch gebied. Wanneer hij op 4 juni 1979 in het boek Gisteren, vandaag en morgen van prof.dr. W.H. van de Pol de berijmde psalm Wie heb ik nevens U omhoog (Psalm 73, vers 14) aantreft, noteert hij: ,,Wie dicht bij de dood staat, weet wat het bezwijken van vlees en hart betekent". Het is zeer te hopen dat dit laatste dagboek zal worden gepubliceerd, want zo wenste hij het ook. Gedurende zijn laatste dagen bleef hij dezelfde: hoewel lichamelijk gebroken, bleef de geest werkzaam als altijd. Ik noteerde wat hij mij op dinsdag 10 november jl. door de telefoon zei: ,,Ik ben volkomen eenswillend met de Heer. Ik beleef nu een interessante, maar zeer zware periode. Ik ben volkomen tevreden. Er is nu het verwelken van het blad aan de boom. Ik ben als sneeuw die loslaat van de boom". Op dinsdag 17 november jl.:,, Ik ben erg dankbaar. Ik geef me geheel over aan de Heer. Je moet weten en zeggen, dat ik in volkomen eensgezindheid met de Heer ben heengegaan. Ik begrijp Bonhoeffer nu ook zo goed: dat vroomheid ontdaan moet worden van sentiment. De Heer zij geprezen! Er is bij mij geen grein van weerstand." Toen ik hem daarop noemde de dichtregels van Willem de Mérode: Doe gij met mij naar uwen wil Ik vind geen zweem van weerstand meer. beaamde hij deze regels volmondig. Ons einde zij gelijk het zijne.
G. Puchinger 75
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1981
Jaarboeken | 144 Pagina's