Jaarboek 1984-1985 - pagina 90
moet heb, heeft na de bevrijding een bundeltje gedichten uitgegeven, uit de periode 1941-1945, dat heet Vuur en Wind. Hij heeft dat bundeltje opgedragen aan mijn kinderen, aan de gevallenen. De kinderen gaan voorop. Aan geen generatie kan een volk genoeg aandacht besteden dan aan die van de kinderen, die gaan voorop, en als je terugblikt naar een periode waarvan je trots bent dat je die hebt mogen meemaken, dan moet het tegelijkertijd zo zijn dat het niet meer gaat om een generatie die voorbij ging maar dat het vooral gaat om de generatie die komt. Ik eindig met U voor te lezen het gedicht Dag van verlossing. Het is geschreven in de laatste dagen van april 1945 toen wij nog niet bevrijd waren, maar zeker wisten dat het zou gebeuren. Wij weten niet hoe het ons straks zal zijn, wanneer de dag der vrijheid is gekomen, maar nu al, als wij 's avonds staan te dromen. Glanst heel de wereld in een nieuwe schijn. Wij hebben met de mensen een geheim, want allen weten wat er straks gaat komen, en ook de straat, de huizen en de bomen staan stil verrukt te wachten op het sein... O God, hoe wilt Gij ons er van doordringen dat Gij Uw Geest uitstort op alle dingen, tot elk U prijst met tongen zonder tal, dat, als Gij ons verlost uit onze grenzen en ons geeft op te staan als nieuwe mensen, de ganse wereld zich vernieuwen zal!
88
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
Jaarboeken | 152 Pagina's