Jaarboek 1984-1985 - pagina 49
dwangmatige gokken. Wel is het een voorwaarde ervoor en als zodanig vervult het ethisch gezien een kakfunctie (slechte functie). Vanuit de kerken, zowel de rooms-kathoheke als de protestantse, is de ethiek vaak beoefend als moralisme, waarin casuïstiek en consequentisme (dat, zoals bekend, zum Teufel führt) een groot aandeel hadden. In de gereformeerde kring, waarin ik ben opgevoed, waren kaartspel, gokken, loterij verboden. En dat waren ze omdat het toeval te hulp roepen betekende God verzoeken. Bovendien gold, wat ook gezegd werd van de film, het toneel en de danszaal, dat ze een verderfelijke sfeer schiepen. Niettemin was men ook van mening dat een loterijtje om bestwil (het goede doel!) ermee door kon; we moeten tenslotte op de kleintjes passen. In rekenen en tellen is ons volk altijd bekwaam geweest. We kunnen wel degelijk tot 10 tellen en zelfs wel tot daarboven, zij het ook niet zoveel verder. Bij de nieuwe lotterijwet die in 1960 aanhangig werd gemaakt werd in de Memorie van Toelich ting gemotiveerd, wijzend op de rechtsonzekerheid, 'met het daaraan verbonden niet te onderschatten gevaar van een algemene ondermijning van het gezag der wet' dat er ingegrepen moest worden door óf een absoluut verbod óf een stringent vergunningenstelsel. Het tweede werd gekozen. Er ontstond bij het instellen van de voetbaltoto een strijd over de vraag of de maximale prijs nu f. 25.000,— of f. 50.000,— moest zijn. Bij die gebeurtenis zijn veel sterk gechargeerde gelegenheidsargumenten gehanteerd, zoals: men bevordert het arbeidsloos inkomen e.d. Boven de f. 25.000,— begint de zonde, zei men destijds. De Nederlandse rekenmeesters hebben ook op andere terreinen hun merkwaardige getallen gehanteerd. Bijvoorbeeld het toestaan van pornofilms als er niet meer dan 49 stoelen in de bioscoop stonden. Kerk en staat hebben beide het gokken een moeilijke aangelegenheid gevonden. Bedrijven die gelegenheid tot kansspel willen geven mogen dat alleen met vergunning van de overheid. De kerken waren als regel tegen, vooral die van het reformatorische type-Calvijn en daarvan weer met name de puriteinse variant. De argumenten waren zwak: de jongeren zouden gemakkelijk worden verleid tot overmatig gokken (hoeveel is overmatig?) en tot dwangmatig gokken. Wel getuigde de Royal Commission on Betting, Lotteries and Gaming (1949-1951) reeds: 'We can find no support for the behef that gambling, provided that it is kept within reasonsable bounds, does serious harm either to the character of those who take part in it, or to their family circle and the community generally'. Tegenwoordig is er het argument: gokken moet onder controle worden gehouden anders maakt de onderwereld zich er meester van. Hoe zou het overigens zijn als het vergunningenstelsel werd afgeschaft? Waarom gééft de overheid eigenlijk vergunningen, waarom is het spel niet vrij, zoals andere spelen? Omdat zij meent dat dit soort spelen de kans op verslaving 47
I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
Jaarboeken | 152 Pagina's