Jaarboek 1984-1985 - pagina 36
Dit laatste is zeker gebeurd, maar, althans tot dusverre, op een wat andere manier dan de Raad had gehoopt. In plaats van de zo broodnodige lange-termijndiscussie te ontketenen, werd het rapport - en daarmee de WRR - een pion in het machtsspel rond de door het huidige kabinet op korte termijn voorgenomen aanpassingen in het bestaande stelsel. Een kwestie van verkeerde timing? Ik betwijfel dat, maar hoe duidelijk de door de regering beoogde doelstellingen van het beleid op de korte termijn ook mogen zijn, de lange termijn mag daarbij nooit geheel uit het oog worden verloren. Dit laatste nu is typisch een taak van de WRR. De recente ervaringen met 'Waarborgen voor zekerheid' illustreren dat de Raad daarmee niet altijd op applaus behoeft te rekenen. Het feit echter dat de over de Raad uitgestorte kritiek zich niet of nauwelijks richt op de lange-termijnanalyse van het rapport, is voor mij een teken dat de Raad misschien ooit het gelijk aan zijn kant zal vinden. De ongewisse toekomst Dit probleem doet zich in versterkte mate voor bij een ander type activiteiten waarmee de WRR zich op grond van zijn instellingswet bezighoudt. Ik doel hier op de toekomstverkenningen met een meer algemeen, bovensectoraal karakter. Beleidsrelevantie en wetenschappelijke methodiek kunnen hierbij gemakkelijk nog verder uit elkaar liggen. Maar er rijzen hier nog andere problemen, zowel bij de studies als bij het gebruik ervan: 1. Men kan zich niet beperken tot het integreren van bestaande sector- of facetstudies. Zulke studies zijn maar in beperkte mate aanwezig, laat staan studies die geacht zijn op het onderling relateren van verschijnselen op verschillende sectoren of facetten. 2. Het is vrijwel onmogelijk voor onderzoekers om zich los te maken van de tijdgeest. Een terugblik op de jaren vijftig laat zien hoe moeilijk het voor beleidsvoerders en onderzoekers was zich los te maken van de verwachting dat men na de eerste fase van de werderopbouw terug zou vallen in de economische stagnatie van de jaren dertig. De studies waarin ik, als junior medewerker van het Nederlands Economisch Instituut in Rotterdam participeerde over de economische ontwikkeling van de gemeente Amersfoort, van Delft en Haarlem toonden, dat onze aanvankelijke verwachtingen, gebaseerd op extrapolatie van het gebeuren in de jaren dertig sterk achterbleven bij de toen (1948-1951) reeds aanwezige ontwikkeling. De Verzorgingsstaat, opgebouwd in de jaren zestig wilde, nog steeds, alle problemen van de jaren dertig oplossen. Wij waren goed voorbereid op de depressie van de jaren dertig, toen die van de jaren zeventig ons overviel. 3. Verkenningen die zich richten op het voorspellen van de toekomst, veronderstellen een visie op de ontwikkeling van waarde-oriƫntatie en politieke voorkeuren van het publiek, zoals die zich ontwikkelen in wisselwerking met de te verkennen gang van de toekomst. Evenzeer een visie op het regeringsbeleid, zo34
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
Jaarboeken | 152 Pagina's