Jaarboek 1984-1985 - pagina 79
Doordat ik in de zomer van 1985 geruime tijd in het buitenland was, kwam mij het sterven van Dr. Notohamidjojo eerst lang na dato ter ore. Het trof mij diep. Wij ontmoetten elkaar voor het eerst in 1962. De trait d'union was als in zovele gevallen van contacten tussen Indonesiërs en Nederlanders, Verkuyl. Noto kwam voor verschillende zaken. In de eerste plaats om de mogelijkheden te onderzoeken van vormen van samenwerking en hulp tussen Satya Wacana en de Vrije Universiteit. In de tweede plaats kwam hij om materiaal te verzamelen voor een studie over de vraag, hoe het Europese denken over recht en staat dienstbaar zou kunnen worden gemaakt aan christelijke bezinning op dat punt vanuit zijn eigen Javaanse cultuur. Een niet gering probleem van acculturatie. Noto was geboeid door de wijsbegeerte der wetsidee, maar meer nog door de persoon van Dooyeweerd. Hij bewonderde het stelsel, maar ervoer het als een product van typisch Westers, rationalistisch denken. Het was hem te rigide, te weinig oog hebbend voor grondbegrippen van ontwikkelingen in andere culturen dan de Europese. Daarom zocht hij opnieuw contact met zijn leermeester R.F. Beerling en besprak de vragen, die hem bezig hielden, ook met C A . van Peursen. In datzelfde jaar hield ik de rectorale oratie Het geheim van het recht. Die oratie werd de basis voor onze vriendschap. Hij heeft haar in de Bahasa Indonesia vertaald. Tijdens het bezoek van 1962 is - uiteraard buiten medeweten van Noto - reeds gesproken over een eredoctoraat in de juridische faculteit. Deze achtte echter daarvoor op dat ogenblik onvoldoende gronden aanwezig. Noto zelf gaf bij het afscheid te kennen dat hij graag zou zien dat de Zending hem in staat zou stellen tijdens een langdurig studieverlof bij Dooyeweerd te promoveren. Dat studieverlof kon eerst in 1967 worden verwezenlijkt. Dooyeweerd was emeritus geworden en wilde geen nieuwe promovendi aannemen. Met de nieuwe promotor boterde het niet. Deze wilde een studie rechtstreeks geschreven vanuit de wijsbegeerte der wetsidee. Noto wilde zijn eigen vraagstelling behandelen. Wat hem voor ogen stond was een beschouwing vanuit christelijk standpunt èn gericht op de Indonesische samenleving over het wezen en de oorsprong van recht en staat, wat de laatste betreft met speciale aandacht voor de rechten van de mens. Daarbij zou dan in het bijzonder worden nagegaan, welke gedachten van christelijke en andere zijde (wat dat laatste betreft vooral van Beerling) in Nederland op dat terrein naar voren gebracht, dienstbaar zouden kunnen zijn voor de rechtsontwikkehng in een postkoloniale samenleving als de Indonesische. Door deze en andere omstandigheden bracht het studieverlof niet het gehoopte resultaat. Noto besloot van het schrijven van een proefschrift af te zien en naar Salatiga terug te keren. De avond voor het vertrek nam ik in hun huis in Soest afscheid van zijn vrouw en hem. Ik zei hun dat naar mijn mening de juridische faculteit zich meer had moeten inspannen om de gerezen moeilijkheden op te lossen. Noto wees mijn betuiging van spijt over het verloop van zaken hoffelijk maar beslist af. De tijd in 77
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
Jaarboeken | 152 Pagina's