Jaarboek 1987-1988 - pagina 50
heiden, dat ontvingen was sinds jaar en dag volgens eenzelfde vast stramien opgebouwd. Zinvol is het om ook nog in het kort na te gaan welke opvattingen er onder de bisschoppen en presbyters zelf leefden over de vereisten waaraan zij bij de prediking moeten voldoen. Johannes Chrysostomus vertelt ons daar het een en ander over in zijn De sacerdotio, het handboek voor de predikant zou men kunnen zeggen'. Naar zijn oordeel moet de priester beschikken over grote uitdrukkingsvaardigheid. Gegeven het tegenspel dat hij van tegenstanders van zijn opvattingen mag verwachten, moet hij in de strijd tegen Grieken (d.w.z. heidenen). Joden en ketters de techniek van allen kennen. Om hen te weerleggen baat alleen de kracht van het woord. Daarom moet de priester ter wille van zijn parochianen alles in het werk stellen zich die gave eigen te maken. Hij moet zijn preken goed voorbereiden. Bovendien dient hij voor ogen te houden dat het grote publiek niet luistert om er profijt van te trekken, maar voor zijn plezier. Het is dus een hele kunst om het gehoor naar nuttige zaken te laten luisteren. Want zo benadrukt Chrysostomus, ook vele christenen zijn gegrepen door de passie voor het schone woord. Bovendien, vele homileten zijn ijdel; het zijn tenslotte mensen. Zo is ook Chrysostomus zelf dat wel eens, wanneer hij toch wel behagen schept in applaus. Hoezeer het gehoor kan hangen aan de lippen van de homileet blijkt wel uit de soms woedende reactie wanneer het merkt dat de preek op een einde loopt. De kunst is nu, aldus Chrysostomus, om tussen het gevaar van het fraai doch nutteloos spreken en dat van het zinvol doch saai spreken door te laveren. Gesteld voor de opgave het woord te verkondigen en de lof der martelaren en heiligen te bezingen, vielen de aldus gevormde bisschoppen en presbyters als vanzelf op de voorschriften van de antieke rhetorica terug. Hun heidense leermeesters wisten dat maar al te goed: de befaamde heidense rhetor Libanius van Antiochië stuurt zijn vroegere leerling Amphilochius bij diens benoeming in 373 tot bisschop van Iconium een briefje waarin hij zijn vreugde over deze benoeming uitspreekt, omdat Amphilochius na enkele jaren daarvoor een carrière als rhetor in Constantinopel afgebroken te hebben, opnieuw de gelegenheid zal hebben om zijn oratorisch talent te demonstreren^. Maar ook de kerkvaders zelf beseffen terdege dat ze rhetorisch goed geschoold zijn. Ze kennen de regels der rhetorica op hun duimpje. Zo kon Asterius, bisschop van Amasea omstreeks 400, zijn gehoor op een feestdag ter ere van Petrus en Paulus voorhouden: "Maar laat niemand van U die naar mij gaat luisteren menen, dat ik, nu ik gekozen heb voor een lofrede op edele mannen, de regels ga volgen van de wijsheid der buitenstaanders!'^ Dat dit wel vaak gebeurde mogen we afleiden uit de openingsparagraaf van datzelfde encomium: "Eredagen van bloedgetuigen als de huidige, die tot een vast gebruik zijn geworden en overeenkomstig een vaste traditie worden gevierd, zijn stuk voor stuk heilige feesten en blijvende gedenktekenen voor degenen die zich naar Gods wil manmoedig hebben gedragen. Dan plegen de voorgangers van de kerken, wanneer ze aan het spreken toe zijn hun eigen krachten te toetsen aan de grootheid van hun onderwerp, en al 48
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Jaarboeken | 162 Pagina's