Jaarboek 1987-1988 - pagina 35
Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, Een jaar geleden hebt U aan deze universiteit een conferentie gewijd aan biotechnologie en wereldvoedselproduktie. Een belangwekkend thema, een thema dat meer dan zijdelings verband houdt met het onderwerp waarvoor ik vandaag Uw aandacht wil vragen, namelijk biotechnologie en ontwikkelingssamenwerking in een breder verband dan alleen dat van honger en ondervoeding. U zult mij toestaan dat ik het begrip ontwikkelingssamenwerking enigszins bekend veronderstel; het is dit jaar tenslotte al weer 25 jaar geleden dat de overheid zich direct met ontwikkehngssamenwerking ging bezighouden. En hoewel er nog steeds boeiende discussies zijn over de gewenste beleidsrichting, domineert de eensgezindheid gelukkig de verschillen van inzicht. Daarom kom ik terstond tot de vraag wat onder biotechnologie moet worden verstaan. Eigenlijk is biotechnologie een verzameling technieken, waarbij gebruik gemaakt wordt van de eigenschappen van microorganismen en cellen. Sommige van die technieken worden al eeuwen door mensen toegepast voor de bereiding van voedingsmiddelen zonder dat de procédés nu precies begrepen werden. Ik denk aan brood, kaas, wijn, bier etc. Yoghurt is ook zo'n typisch produkt van biotechnologie. Als echter vandaag de dag het woord biotechnologie valt, denken we eerder aan de spectaculaire ontwikkelingen, zoals de recombinant DNA-techniek en celfusie, dan aan yoghurt. Deze fundamenteel nieuwe technieken openen volstrekt nieuwe perspectieven, positieve en negatieve. Er doen zich ongekende mogelijkheden voor hèt leven en met leven te manipuleren en dus rijst onvermijdelijk de vraag willen wij dat of niet; en waar liggen de grenzen? Uitdagende vragen waarop we een antwoord moeten vinden, en wel met spoed, voordat de techniek ons voor is, de ethiek op sleeptouw neemt en de mensen ontredderd achterlaat met onbeantwoorde vragen van goed en kwaad. We hebben hier te kampen met een meer algemeen vraagstuk van het niet gelijk oplopen van de ontwikkeling van de technische mogelijkheden en het denken over de pro's en contra's van de toepassing ervan, dat moet leiden tot een ethisch oordeel. Dat deze disharmonie tot spanningen leidt en onbeheersbare ontwikkehngen kan introduceren, behoeft geen nader betoog. Dat universiteiten als de VU, waar disciplines zo dicht in eikaars nabijheid verkeren, terzake een zeer prioritaire taak hebben, staat voor mij als een paal boven water. Hier is sprake van een zeer urgente, zij het niet altijd geëxpliciteerde behoefte van de samenleving, die lijdt aan een afnemende interne cohesie met alle risico's van dien. Maar dit terzijde. Terug naar mijn onderwerp. Die ethische vragen betreffen niet het geheel van de biotechnologie en niet alle mogelijke toepassingen. Dat moge duidelijk zijn uit wat ik zoeven zei over ons dagelijks brood, waar biotechnologie aan te pas komt. Er is ook geen reden om voor aanwending van biotechnologie, hier en elders, terug 33
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Jaarboeken | 162 Pagina's