Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1987-1988 - pagina 51

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1987-1988 - pagina 51

3 minuten leestijd

aanstonds bij de inleiding hun toevlucht te nemen tot verontschuldiging en toegeeflijkheid, en te zeggen dat zij de grootsheid van de feiten verkleinen door de geringheid van hun woord!'"* Asterius heeft hier zeer waarschijnlijk het encomium van Basilius van Caesarea op Mamas en dat van Gregorius van Nyssa op de XL martelaren op het oog^ Het is echter niet alleen in encomia dat we zulke uitingen aantreffen; evenzeer vinden we ze in preken op grote christelijke feestdagen. Maar ook in gewone preken treffen we ze aan; dan veelal ingegeven door de bijbelse pericoop die men uit te leggen heeft. De manier waarop dat gedaan wordt is zeer uiteenlopend. De ene homileet noemt zijn rede pover*, een ander uit de vrees voor een armoedige preek', weer een ander bekent dat hij niet in staat zal zijn om zijn onderwerp naar behoren te behandelen. Hij voelt zich als iemand die de zee niet kent en bij de eerste aanblik daarvan alle moed verliest om van wal te steken*. Dan weer noemt men zijn preek een klein en nietszeggend scheepje waarmee een onnoemelijke zee bevaren moet worden.' Elders luidt de vraag met welke rede de lof op deze of gene naar behoren bezongen kan worden.'" Alom gebruiken de auteurs wat men de verlegenheidstopos noemt: de aanduiding van de gemeenplaats waarin de redenaar van zichzelf zegt niet opgewassen te zijn tegen het onderwerp dat hij te behandelen heeft, doch vervolgens vaak met een fraai en doorwrochte redevoering op de proppen komt. Een onderwerp uit de antieke rhetorica waarbij collega D.M. Schenkeveld in 1978 in zijn rectorale rede "De eerste zinnen" heeft stilgestaan. Fungeerde deze bescheidenheidstopos in de pleitredevoeringen voor het gerecht oorspronkelijk als een middel om de rechters voor zich te winnen, later is ze in de antieke literatuur verworden tot een uiting van geveinsde bescheidenheid omdat de rhetor er juist op uit was om te tonen hoe goed hij zijn métier beheerste. We spreken dan ook van modestia affectata. Bedienen nu ook de christelijke auteurs zich van deze uitingen van geveinsde nederigheid? Immers ook zij bekennen hun verlegenheid om hun onderwerp naar behoren te behandelen. Basilius van Caesarea (f 379) worstelt met de vraag met welk een encomium hij de martelaar Gordius moet gedenken. Een vers uit de voorgelezen bijbelse pericopen, te weten Spreuken 29, 2: Als de lof van de rechtvaardigen bezongen wordt (èyKoiixiatonévoiv diKaiwv) verheugt zich het volk (LXX), brengt hem tot de vraag wat Salomo bedoelde met die woorden. Soms dat het volk zich verheugt over een rhetor of een knap orator die een redevoering heeft voorbereid om zijn gehoor te ontroeren in een welverzorgde dispositie en stijl en met gezwollen dictie? Neen, want Salomo die zelf de voorkeur geeft aan een nederige dictie en onopgesmukte stijl, heeft de vreugde op het oog die ontstaat bij het in herinnering brengen van de daden van de rechtvaardigen, die tot navolging en imitatie oproepen." Basilius zinspeelt hier enerzijds op de eenvoudige stijl van de bijbel tegenover de verhevenheid in stijl van zovele antieke geschriften, en anderzijds op de geheel andere inhoud die een christelijke encomium heeft. Het woord è7/cü)/iiafo/xecwc uit Spreuken 29, 2 heeft hem gebracht tot bewuste reflexie over het 49

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Jaarboeken | 162 Pagina's

Jaarboek 1987-1988 - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Jaarboeken | 162 Pagina's