Jaarboek 1987-1988 - pagina 36
te deinsen alleen omdat er nu eenmaal ethische vragen op een antwoord liggen te wachten. Dat is voor wat betreft de ontwikkelingssamenwerking dan ook niet gebeurd. In de programma's van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is de afgelopen jaren min of meer een ad hoc beleid gevoerd ten aanzien van toepassing van biotechnologie. Wij willen dat nu aanscherpen, er wat meer lijn in brengen, meer richting aan geven. Op mijn departement wordt gewerkt aan de opstelling van een programma voor gerichte aanwending van biotechnologie in de Derde Wereld. Daaruit kunt U afleiden dat we in het denken over de relatie tussen biotechnologie en de problematiek van ontwikkelingslanden vooruitgang boeken, langzaam, maar zeker. Het gaat hier om een zeer complexe relatie, waarbij we een goede samenwerking met onder andere de universitaire wereld hard nodig hebben. Enkele aspecten van die complexe relatie wil ik U schetsen. Er zijn opvallende verschillen tussen biotechnologisch onderzoek en de toepassing ervan. De research wordt in het algemeen door hooggeschoolde, gespecialiseerde onderzoekers verricht en die research vereist omvangrijke investeringen. Kortom, biotechnologisch onderzoek is duur. Merkwaardig is nu dat vele toepassingen niet duur zijn, niet ingewikkeld, en bovendien geen groot beslag leggen op energiebronnen. Ook is er dikwijls een grote flexibiliteit mogelijk in de toepassing, waardoor er met name ook met bijzondere omstandigheden van ontwikkelingslanden kan worden gerekend. Biotechnologie lijkt veel beloften in te houden voor de mens; hem van veel plagen, lasten en zorgen te kunnen verlossen. Evenzovele zegeningen, voor ons, maar vooral voor ontwikkelingslanden. Zo is wel betoogd dat biotechnologie het antwoord zou geven op ziekten als malaria, hepatitis-B en AIDS. Biotechnologie zou kunnen bijdragen aan het oplossen van onze afvalproblemen, biotechnologie zou helpen in de strijd tegen ontbossing en tegen hoge energierekeningen, biotechnologie zou een einde kunnen maken aan hongersnoden in de Derde Wereld, kortom: te veel beloften om op te noemen. Laat staan om in te lossen. Geen euforie derhalve. Op dit punt wil ik echter de Groene Revolutie nog eens noemen, een technologische ontwikkeling waarvan we ook de verwachting hadden dat deze een einde zou maken aan de voedselproblematiek. Hoewel ik niet ontken dat de Groene Revolutie een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de vergroting van de voedselproduktie in de Derde Wereld, heeft zij in termen van reële inkomensverdeling toch maar tot marginale verbeteringen geleid. We moeten ervoor waken dat het met biotechnologie niet dezelfde kant opgaat. Wij moeten er dus voor zorgen dat biotechnologie specifiek wordt ingezet als instrument voor de duurzame armoedebestrijding. Dat neemt niet weg dat de biotechnologie inderdaad een wereld aan nieuwe mogelijkheden heeft geopend, zeker voor de langere termijn. Daarvan ben ik overtuigd. Maar aan de toepassing ervan kunnen ook nadelen kleven, vooral voor ontwikke34
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Jaarboeken | 162 Pagina's