Jaarboek 1987-1988 - pagina 37
lingslanden. Het zal een hele toer zijn om voor deze landen de voordelen en beloften op te voeren en tegelijkertijd de nadelen en bedreigingen onder de duim te houden. Van de schaduwzijden voor ontwikkelingslanden wil ik U drie noemen: substitutie, industrialisering van de landbouw en privatisering van kennis en technologie. Ten eerste substitutie. Door toepassing van biotechnologie is het mogelijk geworden om bepaalde grondstoffen te vervangen door andere, goedkopere, gemakkelijker verkrijgbare, minder volumineuze, beter verwerkbare, om hetzelfde produkt of een vergelijkbaar produkt te maken. Het bekendste voorbeeld is substitutie van suiker. Met behulp van een enzym kan zetmeel, bijvoorbeeld afkomstig uit maïs, worden omgezet in de zoetstof isoglucose. Deze vinding vormt een ernstige economische bedreiging voor landen die rietsuiker produceren. Dat zijn hoofdzakelijk ontwikkelingslanden. Het is evenzeer een bedreiging voor landen die bietsuiker produceren. Riet of biet is niet meer het dilemma, ik vrees dat er iets gaande is in de richting van riet noch biet. Ook blijkt het mogelijk te zijn met gemanipuleerde cellen smaakstoffen en medicinale componenten als respectievelijk vanille, cacaoboter en pyrethrum te produceren zonder de gebruikelijke grondstoffen, die voornamelijk uit ontwikkelingslanden afkomstig zijn. Uit aardgas kunnen eencellige proteïnen voor veevoeder worden vervaardigd. Die kunnen veevoeder op basis van soja vervangen. Het wordt eentonig: de meeste sojabonen komen uit ontwikkelingslanden. Voor die landen dreigen deze biotechnologische ontwikkelingen neer te komen op verlies van exportmarkten. En ik behoef U niet in herinnering te brengen hoezeer veel ontwikkelingslanden juist van de uitvoer van één of, hoogstens enkele grondstoffen, afhankelijk zijn voor het vergaren van de broodnodige deviezen. In de tweede plaats is er de industrialisering van de landbouw. Het huidige, fundamentele onderzoek richt zich voornamelijk op produktieverhoging van enkele handelsgewassen en op het inbouwen van resistentie in die gewassen. De toepassingen van dit biotechnologisch onderzoek is lonend voor grootschalige landbouwbedrijven, maar lenen zich minder voor de kleine, min of meer zelfvoorzienende boerenbedrijven, die toch 75 procent van de landbouw in ontwikkehngslanden uitmaken. Deze technologie is niet aangepast aan de manier van werken van kleine boeren en die boeren kunnen ook vereiste investeringen niet opbrengen. Bijgevolg stijgt de produktie van grote bedrijven en blijft de produktie van de kleine boeren gelijk. De prijzen dalen door een groter aanbod en dus zullen kleine boeren - voor zover zij ook deze produkten verbouwen - het nog moeilijker krijgen, nog verder tot een marginaal bestaan worden gedwongen, dan nu reeds het geval is. Marginalisatie van de kleinschalige voedselproduktie kan leiden tot toenemende afhankelijkheid van ontwikkelingslanden op het terrein van de voedselvoorziening. Verder kan industrialisering van de landbouw ernstige miheueffecten opleveren. Ik denk bij35
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Jaarboeken | 162 Pagina's