Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Jaarboek 1987-1988 - pagina 53

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarboek 1987-1988 - pagina 53

3 minuten leestijd

de rhetorische traditie als conventioneel verklaren. Heel verdienstelijk heeft Rainer Henke in een studie over Prudentius' hymne op de martelaar Romanus, wiens tong werd afgesneden en die daardoor rhetorisch onvermogend werd, een aantal rhetorische uitingen van deemoed onderzocht waarin uitdrukkelijk gewag gemaakt wordt van humilitas. Een belangrijke bijbelse impuls voor deemoedsbetuigingen ziet hij in Exodus 4, 10 waar Mozes, wanneer hij door God geroepen wordt om naar Egypte te gaan, zegt: Och Here ik ben geen man van het woord want ik ben zwaar van mond en zwaar van tong.'* Met andere woorden, zo gemakkelijk als Norden en Thraede deden kunnen we pagane en christelijke uitingen van bescheidenheid niet op één lijn stellen. Het wekt bevreemding dat mensen die zo thuis zijn in de patristische literatuur als een Thraede zich onvoldoende rekenschap geven van allerlei bijbelse passages die in dit verband in meer of mindere mate een rol gespeeld zullen hebben. Om een paar voorbeelden te noemen: Jesaja zegt onrein van lippen te zijn (Jes. 6, 5) en Jeremia merkt bij zijn roeping op: Ach, Here Here, zie ik kan niet spreken, want ik ben jong (Jer. 1, 6). Vanuit het Nieuwe Testament noem ik slechts het penningske van de weduwe (Luc. 15, 8), waaraan de homileten vaak refereren om hun geringe gaven aan te duiden. Zo is er een hoeveelheid bijbels materiaal dat zijn uitwerking, ook zonder dat de auteurs daar expliciet naar behoeven te verwijzen, gehad heeft. Bovendien dienen we voor ogen te houden dat het eigene van de vroeg-christelijke literatuur nu net bepaald wordt door het doortrokken zijn van een eigen gemeenschappelijke geesteshouding van de patres. In plaats van bescheidenheid kunnen we voor de christelijke teksten daarom ook beter de term nederigheid, deemoed, humilitas gebruiken. Waarin is de christelijke deemoed nu uiteindelijk verankerd? Het antwoord kan kort en bondig zijn: het is in de relatie tegenover God waarin deemoed haar plaats heeft. Het is tegenover God dat de mens zich verootmoedigt, zich klein maakt en niet zoals bij de pagane auteurs tegenover de mens, of dit nu de rechter is, de toehoorder of lezer is. Bij de pagane auteur is de bescheidenheid geveinsd om de ander voor zich in te nemen (de captatio benevolentiae), terwijl voor de christen er geen grens aan de ware deemoed behoort te zijn. Zijn uitingen van zelfvernedering komen voort uit het besef dat voor God menselijk kunnen, waaronder literaire bekwaamheid, ten diepste geen werkelijke waarde heeft. Tegenover God voelt de auteur zich te kort schieten en is hij zich van zijn eigen onwaardigheid, eigen onvolkomenheid, eigen zondigheid bewust. Vandaar ook vaak de toevoeging ik zondaar, ik onwaardige of een vergelijkbare notie in christelijke prooemia. Daartegenover staat de opdracht aan de mens om de gaven waarover hij beschikt in dienst van God te stellen. De spanning die daardoor ontstaat tussen de prooemia waarin eigen onvolkomenheid en onvermogen beleden wordt en de daarop volgende narratio waarin een kundig auteur naar voren treedt, heeft aanleiding gegeven tot het traditionele verwijt dat in de vroegchristelijke literatuur de leer van het prooemium niet overeenkomt met de praktijk van de narratio. Met de hierboven gegeven verklaring van de deemoedsbetuigingen in de prooemia verliest dit verwijt echter zijn 51

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Jaarboeken | 162 Pagina's

Jaarboek 1987-1988 - pagina 53

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Jaarboeken | 162 Pagina's