1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 191
185 de genoemde termen gehoord worden, maar het doet goed te vernemen dat juist de beschouwing der geloovigen er naast geplaatst wordt, omdat bespeurd wordt, dat 't juist bij hen niet om detailquaesties te doen is, maar om fundamenteele zaken die het geheel beheerschen. We behooren er ons ook niet aan te storen, dat zoowel Büchner als Haeckel door een criticus beide als philosophen „voUstandige Nullen" genoemd worden; we meenen hier meer met een openhartige bekentenis te doen te hebben. Houden we ons enkele oogenblikken bezig met het mechanisme en het vitalisme. De bekende physioloog Johannes Muller, die in 18B8 stierf, was de laatste strijder voor de leer van de levenskracht. Vroeger had men algemeen aangenomen dat de organismen een bijzondere plaats innamen tegenover de anorganische wereld; de leerlingen van Johannes Muller trachtten het beginsel van de levenskracht uit den weg te ruimen en de mechanische verklaring daarvoor in de plaats te stellen. Eeeds voor den dood van Muller had Lotze, geneesheer en philosoof, trachten te bewijzen, dat het organische een bepaalde vorm van de vereeniging van het mechanische is. Het was te begrijpen, dat men steeds meer deze overtuiging koesterde, hoe meer de scheikundige en natuurkundige methoden in de biologische wetenschap ingevoerd werden en vorderingen maakten. De biologie zou dan alleen ware wetenschap zijn, in zooverre zij te herleiden was tot chemie en physica, mechanica en mathematica. 't Is er echter meegegaan, zooals het steeds gegaan is; terwijl men meende, alles te kunnen begrijpen zonder het bestaan van God aan te nemen, bleek al spoedig dat men dieper tot de dingen indringend nog niet veel gevorderd was. Indien enkele problemen verklaard kunnen worden, blijken direct daarna zooveel andere om een oplossing te vragen, dat daardoor het wonder der Schepping nog des te wonderlijker wordt. Een van de voornaamste verdedigers van de mechanische leer, du Bols Reymond, heeft later zelf critiek uitgeoefend op die leer. Van hem zijn de bekende 7 wereldraadsels, het is echter alweer Haeckel, die van die vraagteekens niets wil weten, voor hem is er maar één probleem, het „Substanz"probleem. De drie „transcendente raadsels" het wezen van materie en kracht, de oorsprong der beweging, het ontstaan van de eenvoudige zintuiggewaarwording en van het bewustzijn, worden door de opvatting der substantie opgeheven, de drie andere het eerste ontstaan van het leven, de doelmatige inrichting der natuur, het denken en de oorsprong der taal worden door de leer der ontwikkehng opgelost, terwijl het probleem der wilsvrijheid geen object is van critische wetenschappelijke
^L^^AMJ^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's