1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 66
62
— in eene wetenschap, dan de methode," en verder: „In de methode der sciences physiques et morales staan twee richtingen tegenover elkaar, de eene is het naturalisme, dat zijn brandpunt had in Frankrijk in de 18^^ eeuw, in Engeland in de 19*«, het schijnt op dit oogenblik diep wortel geschoten te hebben in de Vereenigde Staten, en de imet geen naam genoemde) oppositie, die het domineerend idee is van de philosophie van Plato, van het Boeddhisme en van het Christendom." Al weten we wel dat toch hemelsbreede verschillen bestaan tusschen deze drie laatste onderling, toch zagen we hier eene scheiding uitgedrukt. Ook de voorstanders van het pantheïsme, die soms den schijn aannemen dichter bij ons te staan, behooren tot onze tegenpartij. Juist in dezen tijd, nu Spinoza weer in eere komt, mag dit nog wel eens gezegd worden. Voor hem waren de wisselende dingen slechts modi van een oneindige substantie en deze wereldbeschouwing vloeide voort uit zijne monistische opvatting der dingen. (Mees, Opmerkingen enz.). De beschouwingen van Bierens de Haan, in zijn „Hoofdlijnen eener psychologie met inetafysischen grondslag" kunnen evenmin door ons overgenomen worden. Hij neemt met zijne eigenaardige terminologie een actief transcendent subjekt aan, wat voor hem eene evidentie is. Maar de activiteit van den geest wordt door hem als „eene mysterieuse zedelijke verdieping" gekenmerkt, waardoor we gemakkelijk tot het inzicht komen, indien men het zoover gebracht heeft, de beteekenis te vatten, dat hier een dualisme geleeraard wordt, dat het onze niet kan zijn. Prof. Koster, die door zijne uitgebreide kennis en wijsgeerige ontwikkeling telkens interessante bijdragen levert in de Wetenschappelijke bladen en soms door enkele trekken aangeeft, waar de groote kwesties liggen — zijne philosophische kennis vooral stelt hem daartoe in staat — spitst er zich vooral op, wanneer principieele beschouwingen van tegenstanders gegeven worden. Hij gevoelt dan ook zeer goed de breede verschillen die er bestaan naar gelang van de punten van uitgang; en het behoefde daarom niet te verwonderen, dat juist hij het was, die een kritiek schreef op de brochure van Keuchenius: - „Het Christelijk geloof en de medische wetenschap." Wie bovenal niet vergeten mag worden en onder de rij onzer tegenstanders eene eerste plaats inneemt is Herbert Spencer. Hij schreef „A system of synthethic philosophy" (London 1877—'93) en gaf daarin alles, wat hij van zijn standpunt vermocht te geven. Hij heeft uitnemend gevoeld dat er ééne principieele beschouwing tegenover de zijne te geven was. In zijne „Principles óf Biology" bijv. brengt hij al zijne strijders in 't gevecht tegen de opvatting van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's