1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 71
67
eene korte en vereenvoudigde herhaling, in zekeren zin als eene recapitulatie van den ontwikkelingsgang der soorten op te vatten is. Maar Haeckel maakt dit denkbeeld meer algemeen in zijn „Generelle Morphologie", in 1866 verschenen. Daar geeft hij zijn: „Thesen von dem Kausalnexus der biontischen und der phyletischen Entwickelung" en o. a. deze op pag. 41: de ontogenie is de korte en snelle rekapitulatie der phylogenie, bepaald door de physiologische functies der herediteit (voortplanting) en aanpassing (voeding). Maar later werden de theses wetten. In den 4^ druk van de Anthropogenie (1891) pag. 6, zegt Haeckel: Deze beide deelen van onze wetenschap, eenerzijds de ontogenie, anderzijds de phylogenie, hangen ten nauwste samen en de eene kan zonder de andere in 't geheel niet begrepen worden. Eerst door de innige wisselwerking van beide verheft zich de biogenie tot den rang van een philosophische natuurwetenschap. Want de samenhang tusschen beide takken van wetenschap is niet uitwendig oppervlakkig, maar inwendig causaal. „Diese wichtige Erkenntniss ist erst eine Errungenschaft der neuesten Zeit und flndet ihren klarsten und prazisesten Ausdruck in dem umfassenden Gesetze, welches ich das Grundgesetz der organischen Entwicklung Oder kurz das biogenetische Grundgesetz genannt habe." Bij 't menschelijk embryo worden 14 Keimstufen aangenomen, de mensch is 't 15'^« stadium (in den stamboom der dieren zouden de menschen de tweeëntwintigste rij innemen). "Waarop berust nu echter het causaalverband tusschen ontogenie eu phylogenie? Niet anders dan op progressive Vererbung en daarvoor is noodig overerving van verworven eigenschappen. We mogen niet nalaten er bij te voegen dat Veeds vele geleerden bezig zijn bezwaren tegen deze wet uit te spreken en Sluiter wees er dan ook op dat zij niet aan vele verwachtingen beantwoord heeft. In verband met de afstammingsleer dient ook het atavisme te worden behandeld. Veel verwarring is op dit gebied gesticht door verkeerde begrippen, 't Was zoo gemakkelijk dingen waar men geen weg mee wist op atavisme te schuiven. Kwam men met de zoogdieren niet uit, dan waren er nog de reptiliën, ja zelfs de visschen konden als voorvaderlijke getuigen opgeroepen worden. Hierbij is echter duidelijk geworden, dat juist de grondige studie de oppervlakkige oordeelveUingen omverwierp, een bewijs welk een uitgebreid gebied voor onze mannen braak ligt. Zij kunnen toch, zonder de vooroordeelen, die de Darwinisten hebben, juist over de vele duistere punten licht verspreiden, die door de Darwinisten als geheel passend bij hunne theorieën aangenomen zijn. Onze landgenoot Kohlbrugge heeft in deze een goed voorbeeld gegeven door zijne studiën over
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's