1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 165
1B9 dan mag zij zich met andere Vereenigingen in betrekking stellen; dan mag zij zich wenden tot den Staat, tot de een of andere kerk, m i t s . . . mits zij haar omschreven program niet overschrijde, haar doel niet uit het oog verlieze; haar v^erkzaamheid niet uitstrekke buiten haar program; niet trede op een terrein, dat eens anderen is. De vraag: is het wenschelijk, zooals de ongenoemde doctor meent, het program onzer werkzaamheid uit te breiden, en rechtstreeks meer tot onderlinge stichting werkzaam te zijn, meer sociaal naar buiten te werken, meen ik, M. H.! ontkennend te moeten beantwoorden. Ik meen, dat wij de grenzen van onze werkzaamheid niet moeten uitzetten; dat wij van eens anders mans terrein moeten afblijven. Er zij orde en regelmaat in ons werken! Als leden van andere Vereenigingen kunnen wij aanvullen wat hier aan het geheel van den christelijken arbeid ontbreekt. ledere Vereeniging arbeide naar haren aard. Gelijk er aan verschillende leden der kerk verschillende gaven zijn uitgedeeld, gelijk de ervaring en 1 Oor. XII ons leeren, zoo deelt God ook aan verschillende Vereenigingen verschillende gaven uit. Dat aan de onze de gave der wijsheid geschonken worde! Door ons lidmaatschap van een kerk, en door dat van andere christelijke Vereenigingen worden wij tevens bewaard voor eenzijdige verstandsontwikkeling, voor „intellectualisme." Hier is het de plaats, waar de belangen der wetenschap worden behartigd. Wij hebben waarlijk ons werk nog niet af — wij moeten eigenlijk nog beginnen; en nu al de grenzen van onze werkzaamheid uitzetten, zou ik een bewijs achten öf van vermetelheid öf van een gevoel van onmacht d. i. van ongeloof. Neen, M. H.! in allen eenvoud voortgaan op den weg dien wij hebben ingeslagen — in Godes kracht, met Zijn hulp. Ben ieder onzer houde „de lendenen omgord en de kaarsen brandende;" een ieder sla als trouw lidmaat van ons „officieus kerkje" met zijn beperkt formulier de handen aan den arbeid. Wij gelooven in de kracht van ons beginsel, en „nooit kan 't geloof te veel verwachten." Nimmer de goede richting uit het oog verloren. Dwalen is op ons uitgebreid en nog onbekend terrein licht mogelijk. Daarom zij en blijve onze bede: Leer ons, o Heerl den weg door U bepaald. Dan zal ik dien ten einde toe bewaren. Geef mij verstand met Goddelijk licht bestraald!
D a t zij zoo!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's