1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 188
182 in een laboratorium heeft gewerkt en voordat de natuurwetenschappelijke methode algemeen ingang had gevonden, zijne denkbeelden had neergeschreven. De algemeene wetenschap, zoo meende men, had zich in een groot aantal afdeelingen gesplitst en daarmede was de wijsbegeerte vervallen verklaard. Ondanks dit alles zijn er toch in die periode twee belangrijke stelsels ontstaan, nl. het materialigrne en_het mechanisch evolutionisme. De vurige tegenstanders van de wijsbegeerte zijn tegen hun wil toch aan het philosopheeren gegaan. Het eigenaardige hierbij was echter dat het begripssysteem van een speciale wetenschap hun tot fundament en voorbeeld diende, waardoor van zelf min of meer eenzijdige theorieën ontstonden. De verklaring van alle gebeuren uit bhnd werkende oorzaken, sedert Galilei en Descartes aangenomen, leidde tot de mechanische wereldbeschouwing. Onder tweeërlei vorm kwam deze tot uiting, eenerzijds steun ontvangend van de theoretische physica (het materialisme) anderzijds van de nieuwere biologie (het mechanisch evolutionisme). Vooral de begrippen in de biologie gebruikt, hebben een verreikenden invloed gehad. Ontwikkeling en differentiëering, aanpassing, strijd om het bestaan werden langzamerhand als principes beschouwd, die niet alleen binnen het beperkte gebied der biologie, maar algemeen geldende waren. Daarmede was ook het positivisme gedaan, want men bewees aldus, dat men veel verder ging dan een theorie die gebouwd was op een empirischen bodem ^). Terug naar Kant is de leuze van de richting die de laatste tientallen van jaren in omvang toeneemt en steeds meer invloed krijgt. De Neukantianen hebben één ding gemeen met de positivisten, ze haten de metaphysica. Ze nemen met Kant aan, dat de ervaring alleen onder medewerking van begrippen tot stand komt, die zelf niet aan de ervaring ontleend zijn, waarbij dan de leer der „apriorische Erkenntnissformen" en de idealistische opvatting der ervaringswereld door de meesten beleden wordt. Nu bleek echter, dat de atomen, waarin vele natuuronderzoekers het laatste reëele substraat der verschijnselen meenden gevonden te hebben, in werkelijkheid geen hoogere realiteitswaarde bezitten, dan de metaphysische wezens der philosophie, waarover zooveel drukte gemaakt werd. Zoodra men verder ging dan de beschrijving, was men niet minder metaphysisch dan de wereldbeelden van de speculatieve philosophie. Er is een richting, het phaenomenalismus genaamd, die daarom alleen rekening houdt met het negatieve van Kant's critiek, naar een nog strenger vasthouden
') Edmund König, W. Wuudt, Seine Philosophie und Psychologie, Stuttgart 1901.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's