1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 175
169 ontstond in de cellen een erfelijk geheugen voor bepaalde voedingsstoffen, die zij weldra herkenden; zij bewogen zich naar deze stoffen heen; door het streven naar evenwicht namen zij deze met behagen in zich op om hen daarna geheel te verteren. De atomen vereenigen zich dus tot bepaalde moleculen, dan tot gemmen, tot gemmariƫn en tot cellen. Tusschen deze elementen ontstaat een zeker evenwicht, waarvan door het geheugen de herinnering telkens weder terugkeert; dit openbaart zich ook in de differentiatie der lichaamscellen en voortplantingscellen met het erfgeheugen voor bevruchting; ook vormen zich voor de gewaarwording de zintuigcellen, voor den wil de spiercellen en de zenuwcellen, allen met het mechanisme van erfgeheugen. Bij de meeste instincten, zooals b.v. bij de verpleging van het broedsel en den bouw van de nesten door de vogels, heeft men voorbeelden van een samengesteld, onbewust erfgeheugen. Het is verwonderlijk, dat Haacke na al deze volkomen subjectieve, vrii willekeurige beschouwingen er telkens weer op wijst, dat eene schepping uit niets volkomen onbegrijpelijk voor onzen geest is, alsof zijne voorstelling nu zoo glashelder en duidelijk zou zijn. Hij beschouwt de schepping als eene omvorming van het reeds bestaande, van Ur-atomen en van bezielde materie. Ook de ziel van den mensch moet dus ontstaan zijn uit de ziel van het dier. De mensch doet echter zijne handelingen met bewustzijn en overleg; hij streeft naar een norma voor zijne handelingen en heeft altijd idealen voor oogen. Nu zou men deze idealen als iets echt raenschelijks kunnen beschouwen, maar voor Haacke bestaan nergens scherpe grenzen in de natuur en ook het begrip van idealen brengt hij over op de geheele wereld, zoowel op de organische als op de anorganische natuur. Een roos en een kristal hebben ook hunne idealen, want zij moeten zoo kenmerkend voor de soort zijn, als het maar eenigszins kan. Het ideaal van een ding is, dat het zoo volkomen mogelijk is, en dat het onze voorstelling van het streven naar evenwicht voor een ding van deze soort geheel bevredigt. Aan de vorming dezer idealen beantwoorden stoffelijke veranderingen in onze hersenen; het ideaal is dan bereikt, wanneer er een geestelijk evenwicht is verkregen tusschen de indrukken, welke de vertegenwoordigers van eene soort hebben gemaakt en dit evenwicht niet meer verbroken wordt door nieuwe soortgelijke indrukken. Alle idealen berusten dus eigenlijk ook weer op een streven naar evenwicht. Bij de schoonheidsidealen moet men bedenken, dat ook reeds bij de dieren gevoel voor het schoone bestaat; alles wat opvalt, laat een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's