1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 141
135 De onvolkomen beoefening der wetenschap, de halve wetenschap, de wetenschap die van God afvoert, noemden wij een reden, waarom de wetenschap zedenbedervend werkt. Maar daar is nog een andere, een veel gewichtiger reden. De wetenschap kan goed zijn en toch tot ondeugd leiden. En dat komt, omdat de menschen boos zijn. Hier meenen wij, dat de voornaamste oorzaak schuilt, waarom de wetenschap tot zedeloosheid aanleiding geeft. De menschen maken van de wetenschap een verkeerd gebruik. De wetenschap als zoodanig is onschuldig — zij is een abstractie —; voortbrengsel van onzen geest is zij tevens een werktuig, dat door ons gehanteerd wordt. En als ieder werktuig kan het goed en kwaad doen, naar de hand waarin het terechtkomt. Geef een mes in de handen van een goed mensch, en er zal nuttig werk mede verricht worden; geef hetzelfde mes in de handen van een booswicht, en men heeft misdaad te wachten. — »I1 ne faut point donner d'armes aux furieux." Het mes doet het niet; dit is en blijft een passief instrument. Als het niet gehanteerd wordt, maar liggen blijft, is het dood onschuldig, alleen in de hand kan het wat uitvoeren. — Evenzoo is het met de wetenschap. De menschen doen het. Daarom heeft de wetenschap zooveel kwaad gebrouwen. Een domme slechte is gevaarlijk, maar een slimme slechte is veel gevaarlijker. Uit de praktijk is het spreekwoord getrokken: „hoe grooter geest, hoe grooter beest." Wij vyenschen dus de wetenschap in schuldigen, maar de menschen, die er maken. Een goede eigenschap kan in mensch kwaad stichten, en een slechte een goed mensch nog veel goed doen.
de eerste plaats niet te beeen verkeerd gebruik van de hand van een verkeerd wetenschap in de hand van
Dat wy tot de conclusie komen, dat de wetenschap een verkeerden invloed gehad heeft op de zeden, laat zich begrijpen, wijl onze overtuiging is, dat de mensch van nature „geneigd is tot alle kwaad en onbekwaam tot eenig goed"; maar dat Rousseau tot dit resultaat is gekomen bevreemdt wel eenigszins, daar Rousseau leert, dat de menschen van nature goed zijn — „j'ai Ie bonheur", zegt hij „de Ie sentir." Maar èn Rousseau en wij zijn beiden hoofdzakelijk op de ervaring afgegaan Wij hebben ons onderzoek niet aangevangen geleid door een „idéé précongue." De goedheid of slechtheid der menschen heeft met het uitgangspunt van ons onderzoek niets te maken gehad — dit is volkomen waar; maar dan is Rousseau in zijn conclusie over de natuur der menschen in het ongelijk. Immers de wetenschap als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's